Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Overwegingen
11 oktober 2022. Op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (zoals geldend tot 28 maart 2025) moet verweerder binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag een besluit nemen. Bij brief van 8 november 2022, waarbij de ontvangst van de mvv-aanvragen is bevestigd, heeft verweerder deze termijn met drie maanden verlengd. Na het verstrijken van de beslistermijn heeft verweerder op 12 september 2023 een ingebrekestelling ontvangen. Verweerder heeft vervolgens niet alsnog een besluit genomen. Eiser heeft meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom gegrond.
28 maart 2025 op grond van artikel 2u, vierde lid, van de Vw voor dit soort mvv-aanvragen geldt, in deze zaak niet van toepassing is, nu de oorspronkelijke beslistermijn (op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vw, zoals geldend tot 28 maart 2025) van 90 dagen, verlengd met drie maanden, op 28 maart 2025 reeds was verstreken (zie in dit verband de Wet van
12 maart 2025 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met verlenging van de beslistermijnen in asiel- en nareiszaken (Stb. 2025, 79), in samenhang bezien met artikel II van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen (Stb. 2025, 96) en IB 2025/12 ‘Wetswijziging beslistermijn gezinsherenigingsaanvragen bij statushouders’).
Beslissing
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.