ECLI:NL:RBDHA:2025:23783

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502330:R-RK en NL:TZ:2502329:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling en afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoekers bevinden zich in een problematische schuldensituatie en hebben een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 4 december 2025 en beoordeelt of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan.

De rechtbank stelt vast dat verzoekers te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden en dat zij aan alle overige eisen voldoen. Daarom wordt het verzoek tot toelating tot de WSNP toegewezen. De WSNP duurt in principe achttien maanden, met een postblokkade gedurende de eerste dertien maanden.

Verzoekers hebben tevens verzocht om een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen op 16 mei 2024, gebaseerd op een eerdere aflossing in het minnelijk traject. De rechtbank oordeelt echter dat niet is gebleken dat verzoekers zich maximaal hebben ingespannen om baten voor schuldeisers te verkrijgen in dat traject. Medische verklaringen zijn onvoldoende en er is geen bewijs van arbeidsongeschiktheid of inspanningen om werk te vinden. Daarom wordt het verzoek tot een eerdere ingangsdatum afgewezen.

De rechtbank stelt de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf 11 december 2025, wijst het verzoek tot eerdere ingangsdatum af, en benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder. Tevens worden alle gelegde beslagen opgeheven en krijgt de bewindvoerder de opdracht om de post gedurende dertien maanden te beheren.

Uitkomst: Verzoekers worden toegelaten tot de WSNP met een termijn van achttien maanden vanaf 11 december 2025; het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummers: NL:TZ:2502330:R-RK en NL:TZ:2502329:R-RK
vonnis van 11 december 2025
op het verzoek van:
[verzoekster]
en
[verzoeker],
beiden wonende te [postcode] [woonplaats],
[adres],
hierna: [verzoekers].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekers] bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor hun schulden te komen hebben [verzoekers] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekers] hebben een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekers] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker], met volmacht van [verzoekster],
- [naam 1], beleidster van WMO Maatwerk,
- [naam 2], schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland,
- [naam 3], beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekers] kunnen alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevinden en zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekers] aan de verplichtingen van de WSNP zullen voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoekers] voldoen aan alle eisen en worden toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekers] tijdens de WSNP moeten voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekers].
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekers] zich gedurende die periode houden aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekers] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekers] verzoeken de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 16 mei 2024. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat [verzoekers] zich in het minnelijk traject maximaal hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. [verzoekers] ontvingen tijdens het minnelijk schuldsaneringstraject een PW-uitkering en ontvangen deze nog steeds. Niet is gebleken dat men tijdens het minnelijk schuldregelingstraject (volledig) arbeidsongeschikt is geweest. Er zijn geen medische stukken overgelegd waaruit dat blijkt. De enkele verklaring van schuldhulpverlening dat in augustus 2023 een medisch onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat [verzoeker] geen benutbare mogelijkheden richting werk heeft en [verzoekster] vanwege de zorg voor de kinderen en haar zieke partner niet kan werken is niet voldoende. Omdat evenmin is gebleken dat men zich heeft ingespannen om een betaalde baan te krijgen, kan de rechtbank er niet van uitgaan dat [verzoekers] zich tijdens het buitengerechtelijke traject voldoende hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank zal daarom het verzoek voor een eerdere ingangsdatum afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1] ([land])
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum 2] 1991 te [geboorteplaats 2],
beiden wonende te [postcode] [woonplaats], [adres];
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 11 december 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. R. Cats en tot bewindvoerder:
[naam 4] (Advocatenkantoor Loeff)
Postbus 136
2990 AC Barendrecht;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoekers] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.