ECLI:NL:RBDHA:2025:23793

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502333:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot oplegging van een dwangakkoord in een problematische schuldensituatie

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 11 december 2025 een verzoek van de verzoekster afgewezen om een dwangakkoord op te leggen aan haar schuldeisers. De verzoekster, die in een problematische schuldensituatie verkeert met een totale schuldenlast van € 84.523,32, had een voorstel gedaan aan haar schuldeisers om hun vorderingen volledig kwijt te schelden. Echter, niet alle schuldeisers stemden in met dit voorstel, wat de verzoekster noopte om de rechtbank te verzoeken het akkoord dwingend op te leggen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schuldbemiddeling correct is uitgevoerd door de gemeente Den Haag, maar oordeelt dat het voorstel van de verzoekster niet het maximaal haalbare is. De rechtbank wijst erop dat de verzoekster momenteel een uitkering ontvangt en niet aantoonbaar heeft gesolliciteerd naar een betaalde baan, terwijl er geen bewijs van arbeidsongeschiktheid is. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat de schuldeisers die niet met het nulaanbod hebben ingestemd, in redelijkheid tot hun weigering hebben kunnen komen. De rechtbank heeft ook aangegeven dat het verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) in een apart vonnis zal worden behandeld.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: NL:TZ:2502333:R-RK
vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna: [verzoekster] ,
tegen
Verkeersschool Fly-Over, vertegenwoordigd door Van der Velde van Hal & Peers gerechtswaarders,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Fly-Over,

4 Kids B.V., vertegenwoordigd door LAVG Noord – Afdeling Schuldhulp,

gevestigd te Heino,
hierna: 4 Kids,
Ziggo Services B.V., vertegenwoordigd door LAVG Noord – Afdeling Schuldhulp,
gevestigd te Utrecht,
hierna: Ziggo,
en
Hoist Finance AB (SKP), vertegenwoordigd door LAVG Noord – Afdeling Schuldhulp,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: Hoist,
verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Zij heeft een voorstel gedaan aan haar schuldeisers, waarbij de vordering volledig door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoekster] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoekster] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 84.523,32 aan dertig schuldeisers. Het is [verzoekster] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft zij voor het laatst op 4 maart 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
1.2.
Fly-Over is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Fly-Over van € 759,27. Dat is 0,9% van de totale schuldenlast.
1.3. 4
Kids is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan 4 Kids van € 1.132,71. Dat is 1,34% van de totale schuldenlast.
1.4.
Ziggo is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Ziggo van € 1.065,29. Dat is 1,26% van de totale schuldenlast.
1.5.
Hoist is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Hoist van € 1.280,34. Dat is 1,51% van de totale schuldenlast.
1.6.
Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil zij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil zij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.7.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoekster] zijn behandeld op de zitting 4 december 2025. Op deze zitting verschenen:
- [verzoekster] ,
- [naam 1] en [naam 2] , schuldhulpverleners van de gemeente Den Haag.
2.2.
Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. Zij hebben schriftelijk verweer gevoerd.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoekster] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens haar heeft zij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden en kan zij niet meer aanbieden dan zij heeft gedaan.
3.2.
Verweersters hebben in hun verweerschriften van 6 november 2025 (Fly-Over) en 26 november 2025 (4 Kids, Ziggo en Hoist) diverse argumenten aangevoerd waarom zij niet instemmen met de aangeboden schuldregeling. Een van deze argumenten is dat het voorstel niet het maximaal haalbare is.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] om een dwangakkoord op te leggen afwijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarde(n), namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoekster zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier niet op zijn plaats is.
[verzoekster] heeft niet het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoekster] aan haar schuldeisers heeft gedaan is niet het maximaal haalbare. Het voorstel is gebaseerd op de PW-uitkering die [verzoekster]
ontvangt. Op grond van deze inkomsten is geen sprake van afloscapaciteit en is een nulaanbod gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende duidelijk dat het voorliggende bod het uiterste is waartoe [verzoekster] financieel is staat kan worden geacht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat zij momenteel de genoemde uitkering heeft en de afgelopen periode niet aantoonbaar heeft gesolliciteerd naar een betaalde baan, terwijl niet is gebleken van arbeidsongeschiktheid. [verzoekster] moet dus in staat geacht worden haar inkomenssituatie te kunnen verbeteren zodat op de schulden kan worden afgelost. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de schuldeisers die niet met het nulaanbod hebben ingestemd – en die in beginsel recht hebben op integrale betaling van hun vordering – in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen en de belangenafweging in hun voordeel dient uit te vallen. Het verzoek zal worden afgewezen.
Argumenten verweersters
4.7.
Omdat de rechtbank op grond van het voorgaande al tot afwijzing van het verzoek tot het opleggen van het dwangakkoord komt, is het niet nodig de andere argumenten op grond waarvan verweersters niet instemmen met de aangeboden schuldregeling te bespreken.
Op het WSNP-verzoek wordt in een apart vonnis beslist
4.8.
[verzoekster] heeft op de zitting laten weten het verzoek om te worden toegelaten tot WSNP te handhaven als het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt afgewezen. De rechtbank zal op dat verzoek in een apart vonnis beslissen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan verzoekster gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag. Dit kan alleen indien het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ook door de rechtbank is afgewezen en verzoekster tegelijk hoger beroep instelt tegen die afwijzing (art. 292 lid 3 Fw).