ECLI:NL:RBDHA:2025:23794
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal en afpersing na seksdate wegens onvoldoende bewijs geweld
Op 17 mei 2024 vond in de woning van de aangever in Den Haag een seksdate plaats tussen de aangever en de verdachte. Later die nacht namen de verdachte en een medeverdachte goederen mee uit de woning, waaronder telefoons en een laptop. De aangever verklaarde dat dit onder bedreiging met een mes en geweld gebeurde.
De verdediging voerde aan dat de aangever de goederen vrijwillig afstond om aangifte te voorkomen, en betwistte het bewijs van geweld en bedreiging. De rechtbank constateerde dat hoewel goederen werden meegenomen en letsel bij de aangever was vastgesteld, er onvoldoende bewijs was dat de goederen onder geweld of bedreiging waren weggenomen. Ook ontbrak steun voor het gebruik van een mes.
De rechtbank nam mee dat camerabeelden toonden dat de verdachte zich rustig gedroeg voorafgaand aan het incident, wat niet strookt met het gepleegde geweld. Daarnaast waren medische verklaringen over het letsel van de aangever inconsistent. Gezien deze omstandigheden kon de rechtbank niet wettig en overtuigend bewijzen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
De verdachte werd daarom vrijgesproken van diefstal met geweld en afpersing. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens de vrijspraak. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van diefstal met geweld en afpersing.