ECLI:NL:RBDHA:2025:23794
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van diefstal en afpersing na seksdate; bewijsvoering en geldigheid dagvaarding
In deze strafzaak heeft de Rechtbank Den Haag op 4 december 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte, geboren in 2008, die werd beschuldigd van diefstal met geweld en afpersing in vereniging. De feiten zouden zich hebben afgespeeld in de woning van de aangever na een seksdate. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachten goederen uit de woning hebben meegenomen en dat er enige vorm van geweld heeft plaatsgevonden, maar er kon geen directe relatie worden gelegd tussen deze vaststellingen. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding ten aanzien van de afpersing nietig was, omdat deze niet te onderscheiden was van de diefstal. De officier van justitie had geëist dat de verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke jeugddetentie, maar de rechtbank sprak de verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij, vertegenwoordigd door een advocaat, vorderde schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering omdat de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank heeft ook het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.