ECLI:NL:RBDHA:2025:23823
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 september 2025 waarin de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van verzoeker niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij aan Duitsland wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 11 november 2025 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was. Gezien het spoedeisende belang en het feit dat de behandeling van het beroep nog geruime tijd op zich zal laten wachten, is het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.814,-.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.A. van Hoof en bekendgemaakt op 10 december 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Duitsland wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.