Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:23823

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL25.46253
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Duitsland

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 september 2025 waarin de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van verzoeker niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij aan Duitsland wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 11 november 2025 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was. Gezien het spoedeisende belang en het feit dat de behandeling van het beroep nog geruime tijd op zich zal laten wachten, is het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.

De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.814,-.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.A. van Hoof en bekendgemaakt op 10 december 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Duitsland wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46253

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker vanwege het besluit van 22 september 2025, waarin de minister de aanvraag van verzoeker van 4 juli 2025 niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
1.2.
Verzoeker heeft op 23 september 2025 beroep ingesteld tegen het besluit van 22 september 2025. [1] De minister heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Verzoeker is niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als tegen een besluit beroep is ingesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. [2]
3. Het verzoek strekt er toe dat verzoeker gedurende de behandeling van zijn beroep niet aan Duitsland wordt overgedragen. De minister heeft aan verzoeker meegedeeld dat hij de behandeling van het beroep niet in Nederland mag afwachten en dat hij aan Duitsland zal worden overgedragen. Verzoeker heeft daarom een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
4. Het beroep van verzoeker is bij beslissing van vandaag voor behandeling doorverwezen naar een meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats. Uitspraak in die zaak zal niet op heel korte termijn zijn te verwachten. Verzoeker heeft er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland af te kunnen wachten. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om een voorlopige voorziening toe.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat zij het bestreden besluit schorst en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep tegen het besluit van 22 september 2025 is beslist. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, krijgt verzoeker ook een vergoeding voor zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer: NL25.46252.
2.Dat staat in artikel 8:81 van Pro de Awb.