ECLI:NL:RBDHA:2025:23838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
25/7409
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening rijgeschiktheid en rijbewijs

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 5 december 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) dat een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid oplegde en de geldigheid van zijn rijbewijs schorste. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang in deze zaak is komen te ontbreken, omdat het onderzoek naar de rijgeschiktheid al heeft plaatsgevonden en verzoeker inmiddels een definitief besluit heeft ontvangen waarin staat dat hij niet rijgeschikt is. Hierdoor kan de schorsing van het rijbewijs niet meer worden opgeheven, aangezien het rijbewijs inmiddels ongeldig is verklaard. Verzoeker moet apart in bezwaar gaan tegen dit besluit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder dat er aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/7409

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid van verzoeker en het schorsen van het rijbewijs.
1.1.
Met het besluit van 29 augustus 2025 heeft verweerder een onderzoek naar verzoekers rijgeschiktheid opgelegd. Daarnaast is de geldigheid van het rijbewijs van verzoeker geschorst tot de uitslag van het onderzoek. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Met het besluit van 2 september 2025 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij het besluit om een onderzoek op te leggen gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. [1] Hij heeft de voorzieningenrechter op 16 oktober 2025 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
3. Wanneer blijkt dat iemand onder invloed van alcohol achter het stuur heeft gezeten, moet verweerder een onderzoek naar de geschiktheid opleggen en moet verweerder ook de geldigheid van het rijbewijs schorsen. Uit vaste rechtspraak volgt dat er geen ruimte is om een belangenafweging te maken en op grond van persoonlijke omstandigheden daarvan af te wijken. De voorzieningenrechter kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen oordelen dat de regels buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen ervan onevenredig uitwerken. Dit betekent dat de voorzieningenrechter slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal bepalen dat verzoeker het rijbewijs weer zal mogen gebruiken.
4. Verzoeker richt zich uitsluitend tegen de schorsing van het rijbewijs. Hij betwist niet het onderzoek dat verweerder aan hem heeft opgelegd. Verzoeker wil graag zijn rijbewijs weer kunnen gebruiken. Zonder rijbewijs kan hij namelijk niet naar werk, wat kan leiden tot ontslag en financiële problemen. Het is voor hem niet mogelijk om met het openbaar vervoer naar werk te reizen, er is namelijk geen busverbinding tussen zijn woon- en werkadres. Daarnaast is een rijbewijs voor verzoeker essentieel omdat hij zorgtaken verricht voor zijn moeder die op leeftijd is. Hij wijst erop dat hij nooit eerder onder invloed van alcohol heeft gereden en nooit eerder voor een overtreding staande is gehouden, bekeurd of veroordeeld. Hij noemt dat hij ook nooit eerder een verkeersongeluk heeft veroorzaakt.
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat bij de huidige stand van zaken het spoedeisend belang in deze zaak is komen te ontbreken. Het onderzoek naar de rijgeschiktheid heeft immers al plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Verzoeker heeft van verweerder een brief ontvangen met datum 9 oktober 2025 waarin staat dat dat uit het onderzoek volgt dat verzoeker niet rijgeschikt is. Daarbij heeft hij de voorzieningenrechter op 7 november 2025 laten weten dat hij een definitief besluit van verweerder heeft ontvangen. Dat betekent dat verzoeker met deze voorlopige voorzieningenprocedure ook niet langer kan bereiken wat hij wenst te bereiken. De voorzieningenrechter kan de schorsing van het rijbewijs in dat geval namelijk niet (meer) opheffen. Het rijbewijs is dan niet langer geschorst, maar inmiddels ongeldig verklaard. Verzoeker zal apart – en binnen de termijn die daarvoor staat – in bezwaar moeten gaan bij verweerder tegen het besluit waarbij het rijbewijs ongeldig is verklaard.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af. Dit betekent dat verzoeker zijn rijbewijs vooralsnog niet terugkrijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.SGR 25/8085.