Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:23838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
25/7409
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na onderzoek rijgeschiktheid

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het opleggen van een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid en de schorsing van zijn rijbewijs door verweerder, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Na het opleggen van het onderzoek en de schorsing heeft verzoeker een definitief besluit ontvangen waarin zijn rijbewijs ongeldig is verklaard.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening is komen te ontbreken, nu het onderzoek reeds heeft plaatsgevonden en het rijbewijs niet langer geschorst maar ongeldig is verklaard. Verzoeker kan tegen dit definitieve besluit bezwaar maken.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat de schorsing van het rijbewijs niet meer kan worden opgeheven in dit stadium. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang is komen te ontbreken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/7409

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid van verzoeker en het schorsen van het rijbewijs.
1.1.
Met het besluit van 29 augustus 2025 heeft verweerder een onderzoek naar verzoekers rijgeschiktheid opgelegd. Daarnaast is de geldigheid van het rijbewijs van verzoeker geschorst tot de uitslag van het onderzoek. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Met het besluit van 2 september 2025 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij het besluit om een onderzoek op te leggen gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. [1] Hij heeft de voorzieningenrechter op 16 oktober 2025 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
3. Wanneer blijkt dat iemand onder invloed van alcohol achter het stuur heeft gezeten, moet verweerder een onderzoek naar de geschiktheid opleggen en moet verweerder ook de geldigheid van het rijbewijs schorsen. Uit vaste rechtspraak volgt dat er geen ruimte is om een belangenafweging te maken en op grond van persoonlijke omstandigheden daarvan af te wijken. De voorzieningenrechter kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen oordelen dat de regels buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen ervan onevenredig uitwerken. Dit betekent dat de voorzieningenrechter slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal bepalen dat verzoeker het rijbewijs weer zal mogen gebruiken.
4. Verzoeker richt zich uitsluitend tegen de schorsing van het rijbewijs. Hij betwist niet het onderzoek dat verweerder aan hem heeft opgelegd. Verzoeker wil graag zijn rijbewijs weer kunnen gebruiken. Zonder rijbewijs kan hij namelijk niet naar werk, wat kan leiden tot ontslag en financiële problemen. Het is voor hem niet mogelijk om met het openbaar vervoer naar werk te reizen, er is namelijk geen busverbinding tussen zijn woon- en werkadres. Daarnaast is een rijbewijs voor verzoeker essentieel omdat hij zorgtaken verricht voor zijn moeder die op leeftijd is. Hij wijst erop dat hij nooit eerder onder invloed van alcohol heeft gereden en nooit eerder voor een overtreding staande is gehouden, bekeurd of veroordeeld. Hij noemt dat hij ook nooit eerder een verkeersongeluk heeft veroorzaakt.
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat bij de huidige stand van zaken het spoedeisend belang in deze zaak is komen te ontbreken. Het onderzoek naar de rijgeschiktheid heeft immers al plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Verzoeker heeft van verweerder een brief ontvangen met datum 9 oktober 2025 waarin staat dat dat uit het onderzoek volgt dat verzoeker niet rijgeschikt is. Daarbij heeft hij de voorzieningenrechter op 7 november 2025 laten weten dat hij een definitief besluit van verweerder heeft ontvangen. Dat betekent dat verzoeker met deze voorlopige voorzieningenprocedure ook niet langer kan bereiken wat hij wenst te bereiken. De voorzieningenrechter kan de schorsing van het rijbewijs in dat geval namelijk niet (meer) opheffen. Het rijbewijs is dan niet langer geschorst, maar inmiddels ongeldig verklaard. Verzoeker zal apart – en binnen de termijn die daarvoor staat – in bezwaar moeten gaan bij verweerder tegen het besluit waarbij het rijbewijs ongeldig is verklaard.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af. Dit betekent dat verzoeker zijn rijbewijs vooralsnog niet terugkrijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.SGR 25/8085.