Op 12 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een echtscheidingszaak tussen een vrouw en een man. De vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland, heeft het verzoek tot echtscheiding ingediend, waarbij mr. H. Dreesmann-Bruijntjes als haar advocaat optreedt. De man, die de Nederlandse nationaliteit heeft, is als belanghebbende aangemerkt. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder het verzoekschrift en berichten van beide partijen. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.
De partijen zijn in 2017 gehuwd en de vrouw heeft de Nieuw-Zeelandse en Portugese nationaliteit. De rechtbank heeft vastgesteld dat de man zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft over het verzoek tot echtscheiding. De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, wat door de man niet is betwist. Hierdoor kan het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond worden toegewezen.
Daarnaast hebben partijen een echtscheidingsconvenant ondertekend, dat aan de beschikking is gehecht. De rechtbank heeft bepaald dat dit convenant deel uitmaakt van de beschikking en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking is uitgesproken op de openbare zitting van 12 november 2025 door mr. E.D.A. Geleijns, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier.