ECLI:NL:RBDHA:2025:23910

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/09/681900 / FA RK 25-1933
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 BWArt. 1:402a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nihilstelling kinderalimentatie wegens toelating tot wettelijke schuldsanering

Partijen zijn gehuwd geweest van 2017 tot 2022 en hebben twee minderjarige kinderen die gezamenlijk gezag hebben en bij de vrouw verblijven. De man is bij beschikking van 10 december 2021 verplicht tot betaling van kinderalimentatie, verhoogd per 1 januari 2025.

De man is op 6 oktober 2025 toegelaten tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) vanwege een schuld van circa €38.000,-. Hij verzoekt de rechtbank om de kinderalimentatie vanaf die datum nihil te stellen wegens gewijzigde omstandigheden en gebrek aan draagkracht.

De rechtbank oordeelt dat toelating tot de WSNP een wijziging van omstandigheden vormt en dat tijdens het traject geen draagkracht bestaat voor alimentatie. De berekening van het vrij te laten bedrag door de bewindvoerder laat geen ruimte voor alimentatie. De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt de alimentatie op nihil voor de duur van de WSNP, met de verplichting tot hervatting na afloop van de regeling.

De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af. De opgebouwde alimentatieachterstand wordt als preferente schuld behandeld.

Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderalimentatie op nihil vanaf de toelating tot de WSNP voor de duur van de regeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1933
Zaaknummer: C/09/681900
Datum beschikking: 14 november 2025

Alimentatie

Beschikking op het op 17 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Zoutberg te [geboorteplaats] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 15 april 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van 10 juni 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 7 oktober 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 16 oktober 2025 van de zijde van de man, met bijlage;
  • het bericht van 17 oktober 2025 van de zijde van de man, met bijlagen.
Op 17 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man met zijn advocaat;
  • de advocaat van de vrouw.
De vrouw is zelf – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2022
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen verblijven bij de vrouw.
  • Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2021 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken en is bepaald dat de man met ingang van datum van inschrijving van de beschikking in de burgerlijke registers een bedrag van € 177,- per kind per maand moet betalen aan de vrouw.
  • Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de door de man te betalen kinderalimentatie sinds 1 januari 2025 € 211,- per kind per maand.
  • Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 6 oktober 2025 is de man toegelaten tot de schuldsaneringsregeling in de zin van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man luidt – na wijziging ter zitting – om met wijziging van de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2021 – met ingang van de datum van toelating tot de schuldsaneringsregeling de kinderalimentatie primair op nihil te stellen en subsidiair vast te stellen op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vrouw voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
De man beroept zich op het eerste lid van artikel 1:401 BW Pro. Volgens de man is er sprake van een wijziging van omstandigheden. De man heeft een schuld van afgerond € 38.000,- en is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. De man kan daarom het vastgestelde bedrag aan kinderalimentatie niet meer betalen.
De rechtbank stelt vast dat de man per 6 oktober 2025 is toegelaten tot de regeling op grond van de WSNP. Daarmee is sprake van een wijziging van omstandigheden. De rechtbank zal de man daarom ontvangen in het verzoek en hierna overgaan tot een inhoudelijke beoordeling om te onderzoeken of, en zo ja, in hoeverre de wijzigingsgrondslag leidt tot een wijziging van de rechterlijke uitspraak.
Inhoudelijke beoordeling
Hoofdregel is dat er tijdens het traject op grond van de WSNP, geen draagkracht bestaat voor het betalen van alimentatie.
Uit de door de man overgelegde stukken blijkt dat de bewindvoerder een berekening heeft gemaakt van het vrij te laten bedrag. In die berekening is te zien dat er in het vrij te laten bedrag geen ruimte is voor kinderalimentatie. De rechtbank stelt vast dat de rechter-commissaris het door de bewindvoerder voorgestelde vrij te laten bedrag heeft geaccordeerd.
Van omstandigheden die maken dat van de man verwacht kan worden dat hij de rechter-commissaris vraagt om bij het vaststellen van het vrij te laten bedrag toch rekening te houden met een onderhoudsbijdrage, is niet gebleken. Of de schulden van de man verwijtbaar en vermijdbaar zijn, zoals de vrouw stelt, is daarvoor niet van belang. De gronden voor toelating tot de WSNP zijn getoetst door de rechter en de man krijgt met deze toelating een spreekwoordelijke tweede kans.
Dit betekent dat de rechtbank conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen de door de man te betalen bijdrage aan kinderalimentatie op nihil zal stellen voor de duur van het schuldsaneringstraject. Op het moment dat het schuldsaneringstraject is beëindigd, herleeft de alimentatieplicht van de man. De rechtbank gaat er vanuit dat de man de vrouw er tijdig van op de hoogte zal brengen dat het schuldsaneringstraject eindigt en de betaling van de kinderalimentatie dan zal hervatten.
De advocaat van de man heet er ter zitting voorts op gewezen dat de tot de datum van de toelating tot de WSNP opgebouwde alimentatieachterstand wordt behandeld als preferente schuld, zodat daarvoor een dubbel percentage geldt ten opzichte van concurrente vorderingen.
De rechtbank zal het verzoek van de man tot nihilstelling van de kinderalimentatie toewijzen met ingang van de datum van de toelating tot de regeling op grond van de WSNP.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2021 – :
stelt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] , met ingang van 6 oktober 2025 op nihil voor de duur van de regeling op grond van de WSNP;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 november 2025.