Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 18 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
- het bericht van 19 juni 2025, met bijlagen, namens de vader;
- de brief van 1 augustus 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- het rapport en advies van de Raad van 25 september 2025, kenmerk KZ-1-62VMC26.
gecombineerd behandeld. Het verzoek tot ondertoezichtstelling is toegewezen.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad; en
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
- [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 in [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Volgens de Basisregistratie Personen heeft de moeder de Belgische nationaliteit en hebben de vader en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- In het op 8 november 2021 tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan zijn de ouders een zorgregeling overeengekomen, waarbij de kinderen een weekend in de veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur en elke woensdag tot 19.00 uur bij de vader verblijven en de vader [minderjarige 2] iedere zaterdag haalt en brengt naar de voetbalwedstrijden.
- Op de kort geding zitting van deze rechtbank van 25 maart 2021 zijn partijen overeengekomen dat de kinderen met ingang van 3 april 2021 voorlopig eens per veertien dagen een weekend bij de vader zijn, zolang de vader in een woonvoorziening van [instelling] woont met één of twee kinderen tegelijk.
- Bij kort geding vonnis van 20 december 2024 van deze rechtbank is:
- de vordering van de moeder om de vader te veroordelen [minderjarige 2] binnen 48 uur na het vonnis aan haar over te dragen onder verbeurte van een dwangsom afgewezen;
- de Raad verzocht om een onderzoek te verrichten over de vraag of er sprake is van een onveilige situatie voor [minderjarige 2] en zo ja, wat voor hem de beste plek is om te wonen;
- bepaald dat [minderjarige 2]
- de vader toestemming verleend om [minderjarige 2]
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader zal zijn en dat [minderjarige 2] zich op zijn adres mag laten inschrijven, zo nodig op basis van vervangende toestemming van de rechtbank als de moeder daar geen toestemming voor geeft;
- aan de vader vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om (naar de rechtbank begrijpt) [minderjarige 2] in te schrijven in het [school] in [plaats] ;
- aan de vader vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige 2] in te laten schrijven bij de huisartsenpraktijk in de buurt van de vader.