ECLI:NL:RBDHA:2025:23911

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/09/677392 / FA RK 24-9007
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats van minderjarige en vervangende toestemming inschrijving

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende gezagsuitoefening en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [minderjarige 2]. De vader heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij hem te bepalen, en om vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving op zijn adres en bij een huisarts. De moeder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en dat de Nederlandse rechter bevoegd is. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in een rapport geconcludeerd dat het in het belang van [minderjarige 2] is om bij de vader te wonen, gezien de onveilige situatie bij de moeder. De rechtbank heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld, en vervangende toestemming verleend voor inschrijving op zijn adres en bij een huisarts. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9007
Zaaknummer: C/09/677392
Datum beschikking: 14 november 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 18 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M.G. Hulsman in Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. van Essen in Woerden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • het bericht van 19 juni 2025, met bijlagen, namens de vader;
  • de brief van 1 augustus 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
  • het rapport en advies van de Raad van 25 september 2025, kenmerk KZ-1-62VMC26.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter.
Op 31 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Op deze zitting is zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (zaak- en rekestnummer C/09/692154 / JE RK 25-1666)
gecombineerd behandeld. Het verzoek tot ondertoezichtstelling is toegewezen.
Op de zitting zijn verschenen:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad; en
  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland.
Na de zitting heeft de rechtbank van de moeder het bericht van 7 november 2025 ontvangen, met bijlage.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
  • [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
en van de inmiddels meerderjarige:
  • [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 in [geboorteplaats] , [geboorteland] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Volgens de Basisregistratie Personen heeft de moeder de Belgische nationaliteit en hebben de vader en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
  • In het op 8 november 2021 tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan zijn de ouders een zorgregeling overeengekomen, waarbij de kinderen een weekend in de veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur en elke woensdag tot 19.00 uur bij de vader verblijven en de vader [minderjarige 2] iedere zaterdag haalt en brengt naar de voetbalwedstrijden.
  • Op de kort geding zitting van deze rechtbank van 25 maart 2021 zijn partijen overeengekomen dat de kinderen met ingang van 3 april 2021 voorlopig eens per veertien dagen een weekend bij de vader zijn, zolang de vader in een woonvoorziening van [instelling] woont met één of twee kinderen tegelijk.
  • Bij kort geding vonnis van 20 december 2024 van deze rechtbank is:
  • de vordering van de moeder om de vader te veroordelen [minderjarige 2] binnen 48 uur na het vonnis aan haar over te dragen onder verbeurte van een dwangsom afgewezen;
  • de Raad verzocht om een onderzoek te verrichten over de vraag of er sprake is van een onveilige situatie voor [minderjarige 2] en zo ja, wat voor hem de beste plek is om te wonen;
  • bepaald dat [minderjarige 2]
  • de vader toestemming verleend om [minderjarige 2]

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader zal zijn en dat [minderjarige 2] zich op zijn adres mag laten inschrijven, zo nodig op basis van vervangende toestemming van de rechtbank als de moeder daar geen toestemming voor geeft;
  • aan de vader vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om (naar de rechtbank begrijpt) [minderjarige 2] in te schrijven in het [school] in [plaats] ;
  • aan de vader vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige 2] in te laten schrijven bij de huisartsenpraktijk in de buurt van de vader.
De moeder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken.
Wettelijk kader
Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank is er niet in geslaagd partijen te verenigen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Hoofdverblijfplaats
[minderjarige 2] woont sinds oktober 2024 bij de vader. Sindsdien heeft hij vrijwel geen contact gehad met de moeder. Sinds enige tijd heeft hij wel weer leuk contact met zijn zussen.
De Raad concludeert in het raadsrapport dat de hoofdverblijfplaats bij de vader op dit moment het meest in het belang van [minderjarige 2] is. [minderjarige 2] heeft het bij de moeder als niet fijn en onveilig ervaren en heeft aan de Raad gedetailleerd verteld over mishandelingen. Bij de vader voelt [minderjarige 2] zich veilig. Door de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen kan ook hulpverlening bij de vader thuis voor [minderjarige 2] worden ingezet. Daarbij heeft de Raad de verwachting dat contactopbouw tussen [minderjarige 2] en de moeder een intensief traject zal zijn dat veel tijd in beslag zal nemen.
Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij het liefste wil dat [minderjarige 2] zijn hoofdverblijfplaats bij haar houdt, maar dat zij met het verzoek van de vader kan instemmen zolang hij zich door hulpverlening laat begeleiden.
De rechtbank zal bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader is. De rechtbank acht dit in het belang van [minderjarige 2] , nu hij al een jaar bij de vader verblijft en hij zich daar veilig voelt.
Vervangende toestemming inschrijving adres
Nu de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader zal vaststellen en het de ouders niet goed lukt om dingen samen te regelen, zal de rechtbank de vader vervangende toestemming verlenen om [minderjarige 2] op zijn adres in te schrijven.
Vervangende toestemming inschrijving school
Op de zitting heeft de vader zijn verzoek voor vervangende toestemming om [minderjarige 2] op school in te schrijven ingetrokken, omdat [minderjarige 2] inmiddels is ingeschreven. De rechtbank hoeft daarom niet meer op dit verzoek te beslissen.
Vervangende toestemming inschrijving huisarts
Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij het eens is met de inschrijving van [minderjarige 2] bij de huisarts van de vader. De ouders hebben op de zitting toegezegd dat zij zelf deze inschrijving zouden proberen te regelen en na één week de rechtbank zouden informeren of dat is gelukt.
Op 7 november 2025 heeft de moeder de rechtbank geïnformeerd dat zij nog geen te tekenen toestemmingsformulier voor de overschrijving naar een andere huisarts heeft ontvangen. Zij heeft wel uit eigen beweging de huidige huisarts van [minderjarige 2] toestemming gegeven om het medische dossier van [minderjarige 2] over te dragen zodra daarom wordt gevraagd. De rechtbank heeft geen andersluidend bericht van de vader ontvangen.
De rechtbank constateert dat het de ouders niet is gelukt om de inschrijving van [minderjarige 2] bij de huisarts samen zelf te regelen. De rechtbank vindt het voor [minderjarige 2] wel belangrijk dat hij in de buurt van zijn woonadres een huisarts heeft. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vader toewijzen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 20 september 2019 van deze rechtbank – :
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
*
verleent aan de vader toestemming, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige 2] in te schrijven op zijn adres;
*
verleent aan de vader toestemming, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige 2] in te schrijven bij een huisartsenpraktijk in de buurt van de woning van de vader;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 november 2025.