ECLI:NL:RBDHA:2025:23937
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van Chavez
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument op grond van het EU-recht, gebaseerd op haar status als verzorgende ouder van haar Nederlandse zoon. De minister heeft deze aanvraag afgewezen wegens vermoedens van misbruik van het vreemdelingenrecht, omdat de erkenning van de zoon door de vermeende Nederlandse vader niet uit zuivere familierechtelijke motieven zou zijn gedaan.
Verzoekster woont met haar zoon in een noodopvang en heeft rechtmatig verblijf tot 11 december 2025. Zonder verlenging van haar verblijfsrecht dreigen dakloosheid en verlies van haar baan. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft, mede omdat de Nederlandse nationaliteit van de zoon niet definitief is betwist.
In de belangenafweging weegt het belang van verzoekster om dakloosheid en werkloosheid te voorkomen zwaarder dan het belang van de staat bij handhaving van de openbare orde. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot uitspraak in de bodemprocedure.