ECLI:NL:RBDHA:2025:23940
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens ontbreken uitzonderlijke afhankelijkheid
Eiser, van Turkse nationaliteit en voormalig Nederlander, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro, stellende een afgeleid verblijfsrecht te hebben als familielid van een EU-burger. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van bewijs voor een uitzonderlijke afhankelijkheidssituatie zoals vereist volgens het K.A.-arrest van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank bevestigt dat uit het dossier blijkt dat eiser niet kan aantonen dat hij zodanig afhankelijk is van de referent dat hij niet van hem gescheiden kan worden. Medische klachten zijn onvoldoende onderbouwd en feitelijk woont eiser niet bij de referent. De enkele omstandigheid van een zogenaamd zweversbestaan is onvoldoende om een uitzonderlijke situatie aan te nemen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het horen in bezwaar terecht is achterwege gebleven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en eiser geen nieuwe feiten of stukken aanvoerde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de aanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER.