ECLI:NL:RBDHA:2025:23966

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
NL25.18813
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf als familie- of gezinslid wegens ontbreken familie- en gezinsleven

Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit, hebben een gezamenlijke aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij hun meerderjarige dochter, die in Nederland is genaturaliseerd, te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro werd aangenomen. Tevens voldeed de dochter niet aan het jongvolwassenenbeleid en ontbraken bijkomende elementen van afhankelijkheid.

Eisers betoogden dat het jongvolwassenenbeleid wel van toepassing is en dat verweerder de aankomst van de dochter in Nederland als peilmoment had moeten nemen, mede vanwege de gedwongen scheiding door vlucht. Ook stelden zij dat er wel bijkomende elementen van emotionele afhankelijkheid bestonden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht het gehele tijdsverloop heeft betrokken, dat de dochter zich zelfstandig en moeiteloos handhaaft in Nederland en dat zij niet financieel afhankelijk is van haar ouders.

Verder concludeerde de rechtbank dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen eisers en hun dochter. De psychische problematiek van de dochter vereist geen fysieke nabijheid van haar familie en de medische situatie van de ouders leidt niet tot afhankelijkheid van de dochter. De aanvraag werd pas na meerdere jaren ingediend, wat ook wijst op het ontbreken van bijkomende afhankelijkheid.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.18813

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer 1], eiser,[eiseres 1], V-nummer: [v-nummer 2], eiseres 1, en[eiseres 2], V-nummer: [v-nummer 3], eiseres 2,

tezamen aangeduid als eisers,
(gemachtigde: mr. A. Roozdar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Amakodo).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun gezamenlijke aanvraag voor het afgeven van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel “verblijf als familie- of gezinslid.”
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 april 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 maart 2025 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1960, eiseres 1 is geboren op [geboortedatum 2] 1968 en eiseres 2 is geboren op [geboortedatum 3] 1998. Eisers hebben de Afghaanse nationaliteit. Zij hebben een aanvraag ingediend voor mvv’s omdat zij in Nederland willen verblijven bij hun meerderjarige dochter respectievelijk zus, [naam] (referente). Referente heeft in 2018 een verblijfsvergunning asiel gekregen in Nederland en is nu genaturaliseerd tot Nederlandse.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat er geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM [1] tussen referente en eisers is aangenomen. Referente voldoet niet aan het jongvolwassenenbeleid en tussen haar en eisers bestaan geen bijkomende elementen van afhankelijkheid. Omdat er geen familie- en gezinsleven wordt aangenomen in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM, heeft verweerder in het bestreden besluit geen belangenafweging gemaakt.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit en voeren het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte geen familie- en gezinsleven tussen eisers en referente aangenomen. Het jongvolwassenenbeleid is namelijk wel van toepassing op het familie- en gezinsleven tussen referente en haar ouders. Verweerder moest in dat kader de aankomst van referente in Nederland als peilmoment gebruiken en meewegen dat er vanwege de vlucht van referente sprake is van een gedwongen scheiding. Verweerder mocht niet stellen dat referente zich zelfstandig en moeiteloos handhaaft en mocht ook niet tegenwerpen dat zij pas na verloop van tijd deze aanvraag heeft ingediend. Daarnaast bestaan wel bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen referente en haar gezinsleden, nu referente emotioneel van hen afhankelijk is.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eisers geen gelijk. Zij zal dit oordeel hierna toelichten.
Het jongvolwassenenbeleid
6. Verweerder gebruikt het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM zonder dat daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn vereist. Het jongvolwassenenbeleid bevat vier cumulatieve vereisten: het meerderjarig kind moet jongvolwassen zijn, met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in zijn eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. [2] Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt verweerder of er tussen dat kind en zijn ouder(s) sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid op basis waarvan zij familie- of gezinsleven hebben. Deze elementen kunnen zijn: samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid en de gezondheid van betrokkenen.
6.1.
Het betoog van eisers dat verweerder voor deze beoordeling enkel moest kijken naar het tijdsverloop tussen het moment dat referente zelfstandig is gaan wonen en het moment dat zij haar gemachtigde benaderde om de aanvraag in gang te zetten, slaagt niet. Verweerder was juist gehouden om het hele tijdsverloop bij de besluitvorming te betrekken en heeft dat ook gedaan, door te kijken naar de situatie ten tijde van het vertrek van referente uit Afghanistan, haar aankomst in Nederland, de aanvraag en de beslissing.
6.2.
Zoals eisers naar voren hebben gebracht, moest verweerder bij de beoordeling van de vraag of referente feitelijk deel is blijven uitmaken van het gezin, wel betrekken dat zij Afghanistan noodgedwongen heeft verlaten. Dat zij zelfstandig leeft in Nederland, mag haar dan alleen worden tegengeworpen als zij zich zelfstandig en moeiteloos handhaaft. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter [3] volgt dat sprake is van zelfstandig en moeiteloos handhaven als een meerderjarig kind zelfstandig is gaan wonen en dat kind er ten tijde van de aanvraag in is geslaagd zijn leven zelfstandig vorm te geven. Als een meerderjarig kind alleen noodgedwongen de noodzakelijke stappen heeft ondernomen om zichzelf staande te kunnen houden, is dat geen zelfstandig of moeiteloos handhaven. De rechtbank stelt voorop dat referente bewonderenswaardige stappen heeft gezet om haar leven in Nederland in te richten. Referente woont zelfstandig, is (bijna) afgestudeerd aan het HBO, heeft een bijbaan en beheerst de Nederlandse taal inmiddels vloeiend. De rechtbank kan niet anders dan hieruit concluderen dat referente zich, ook onder haar moeilijke omstandigheden, goed weet te handhaven in Nederland en erin is geslaagd haar leven zelfstandig vorm te geven. Zij heeft hierbij meer dan de noodzakelijke stappen ondernomen om zichzelf staande te houden. Verweerder mocht daarom concluderen dat referente niet met eisers in gezinsverband samenleeft of afhankelijk is van eisers om zichzelf staande te houden.
6.3.
In het kader van de vraag of referente in haar eigen onderhoud voorziet, heeft verweerder mogen betrekken dat zij enige maandelijkse inkomsten heeft en gebruik maakt van studiefinanciering, een studielening en toeslagen. Dit wijst erop dat referente niet financieel afhankelijk is van haar gezinsleden, ook als haar inkomsten niet volledig uit een eigen salaris komen. Verweerder mocht ook betrekken dat referente juist heeft verklaard dat zij haar ouders in enige mate financieel heeft ondersteund door geldbedragen aan hen over te maken. Hoewel hiermee naar het oordeel van de rechtbank niet vaststaat dat de ouders financieel afhankelijk zijn van referente, mocht verweerder dit wel betrekken als verdere indicatie dat referente voor haar inkomsten niet afhankelijk is van haar ouders. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het jongvolwassenenbeleid niet toe hoefde te passen op de situatie van referente.
Bijkomende elementen van afhankelijkheid
7. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank ook kunnen concluderen dat tussen eisers en referente geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat. Hoewel eisers en referente lang hebben samengewoond en de rechtbank begrijpt dat zij graag in Nederland met elkaar herenigd worden, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat niet is gebleken van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat uit de verklaringen van eisers en referente niet is gebleken dat zij financieel afhankelijk zijn van elkaar. Ook heeft verweerder mogen concluderen dat er geen sprake is van een bijzondere medische of emotionele afhankelijkheid tussen referente en eisers. De rechtbank begrijpt dat de huidige situatie referente veel stress brengt, zoals zij ook ter zitting heeft verklaard. Uit de verklaringen en de stukken over de psychische problematiek van referente, waaronder de in de beroepsfase overgelegde tussentijdse evaluatie van het behandeltraject bij haar psycholoog, volgt echter niet dat de fysieke nabijheid van haar gezinsleden vereist is voor haar herstel of dat zij niet in staat is om zonder hen te functioneren. Uit de stellingen van referente over de medische situatie van haar ouders, volgt andersom ook niet dat zij van referente afhankelijk zijn. Ook het feit dat referente deze aanvraag pas na het verloop van een aantal jaren heeft ingediend, mocht verweerder, wat ook zij van de mogelijke verklaringen voor deze vertraging, meenemen als indicatie dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De overgelegde stukken en verklaringen zijn daarom onvoldoende voor de conclusie dat tussen referente en haar gezinsleden bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
8.1.
Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Zie paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
3.Zie overweging 8.7 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2145.