ECLI:NL:RBDHA:2025:23966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf als familie- of gezinslid wegens ontbreken familie- en gezinsleven
Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit, hebben een gezamenlijke aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij hun meerderjarige dochter, die in Nederland is genaturaliseerd, te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro werd aangenomen. Tevens voldeed de dochter niet aan het jongvolwassenenbeleid en ontbraken bijkomende elementen van afhankelijkheid.
Eisers betoogden dat het jongvolwassenenbeleid wel van toepassing is en dat verweerder de aankomst van de dochter in Nederland als peilmoment had moeten nemen, mede vanwege de gedwongen scheiding door vlucht. Ook stelden zij dat er wel bijkomende elementen van emotionele afhankelijkheid bestonden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht het gehele tijdsverloop heeft betrokken, dat de dochter zich zelfstandig en moeiteloos handhaaft in Nederland en dat zij niet financieel afhankelijk is van haar ouders.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen eisers en hun dochter. De psychische problematiek van de dochter vereist geen fysieke nabijheid van haar familie en de medische situatie van de ouders leidt niet tot afhankelijkheid van de dochter. De aanvraag werd pas na meerdere jaren ingediend, wat ook wijst op het ontbreken van bijkomende afhankelijkheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag blijft in stand.