Eiser, met de Venezolaanse en Colombiaanse nationaliteit, vroeg asiel aan wegens bedreigingen door colectivo’s in Venezuela en Colombia. De minister wees de aanvraag af omdat hij aannam dat de gevaren zich alleen in Venezuela voordeden en dat Colombia een veilig heenkomen bood.
De rechtbank oordeelde dat de minister het verzoek niet zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had onderzocht of de gevaren ook in Colombia spelen. Eiser had tijdens het nader gehoor verklaard dat de bedreigingen ook in Colombia voortduren en dat het voor hem geen optie is daar veilig te verblijven.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de minister een nieuw besluit te nemen met een inhoudelijke beoordeling van de risico’s in Colombia, inclusief aanvullend onderzoek indien nodig. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
De rechtbank zag geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit niet doelmatig zou zijn. De uitspraak werd gedaan door rechter Bosman op 27 november 2025.