ECLI:NL:RBDHA:2025:23969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft op 12 december 2025 het beroep behandeld en het onderzoek gesloten.
Eiser stelde dat hij afhankelijk is van zijn vader en dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische situatie van zijn vader en zijn eigen medische klachten. Ook voerde hij aan dat de aanwezigheid van zijn in Nederland woonachtige zus niet relevant is voor de beoordeling van zijn afhankelijkheid.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening afhankelijkheid alleen wordt aangenomen bij zwangerschap, ernstige ziekte, zware handicap of hoge leeftijd, en dat het familielid wettig in een lidstaat moet verblijven en in staat moet zijn zorg te verlenen. Uit de medische stukken bleek niet dat alleen eiser zorg kan verlenen aan zijn vader; ook de zus ondersteunt de vader. Daarnaast was eiser gedurende jaren gescheiden van zijn ouders, wat de minister terecht heeft meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangetoond die een inhoudelijke behandeling van zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag blijft in stand.