ECLI:NL:RBDHA:2025:23972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag Oeigoer wegens veilig derde land Turkije
Eiser, een Oeigoer met de Chinese nationaliteit, verzocht op 3 maart 2025 om een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 24 september 2025 niet-ontvankelijk, omdat Turkije als veilig derde land geldt waar eiser veilig kan terugkeren.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat Turkije geen veilig derde land is vanwege het risico op uitzetting naar China, het uitleveringsverdrag tussen Turkije en China, en het ontbreken van een redelijke band met Turkije. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek en motivatie heeft geleverd dat Turkije voldoet aan de beginselen van artikel 3.106a Vreemdelingenbesluit 2000 en dat het non-refoulementbeginsel niet wordt geschonden.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser tussen maart 2016 en maart 2025 rechtmatig in Turkije verbleef, daar werkte, een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft en Turks spreekt, wat wijst op een redelijke band met Turkije. Ook is aannemelijk gemaakt dat eiser toegang heeft tot Turkije, ondanks zijn naderende paspoortvervaldatum.
De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit terecht is opgelegd, het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.