ECLI:NL:RBDHA:2025:23983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was op 26 augustus 2025 opgelegd en duurde voort. De toetsperiode voor rechtmatigheid liep van 15 oktober tot 27 november 2025. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko vanwege het ontbreken van een reactie op de laissez-passer-aanvraag en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde.
De rechtbank oordeelde dat het lp-traject bij de Marokkaanse autoriteiten nog liep en dat het ontbreken van een reactie niet betekent dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser werkte onvoldoende mee aan het verkrijgen van documenten, waardoor vertraging ontstond. Verweerder had voldoende voortvarend gehandeld door rappelleren en vertrekgesprekken. Daarnaast was de maatregel niet onevenredig bezwarend, ondanks psychosomatische klachten, omdat dit niet met medische stukken was onderbouwd.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit, waarbij geen schending van non-refoulement of familie- en gezinsleven werd vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.