ECLI:NL:RBDHA:2025:24013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk risico op ernstige schade in Zuid-Afrika
Eiseres, van Zuid-Afrikaanse nationaliteit, diende op 17 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 23 juli 2025 af wegens het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Zuid-Afrika. Eiseres en haar minderjarige kinderen maakten hiertegen bezwaar en stelden dat zij vanwege familieconflicten en bedreigingen niet veilig zouden zijn.
De rechtbank oordeelt dat de identiteit, nationaliteit en bekering van eiseres geloofwaardig zijn, evenals de problemen met haar familie. Echter, de rechtbank vindt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk een reëel risico loopt op ernstige schade, zoals mishandeling of doodslag door haar oom of familieleden. De langdurige samenwoning met haar echtgenoot en het ontbreken van concrete dreigingen tot aan haar vertrek uit Zuid-Afrika ondersteunen dit oordeel.
Daarnaast is het terugkeerbesluit naar Zimbabwe en Zuid-Afrika niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom zij en haar gezin geen verblijfsrecht in Zimbabwe kunnen verkrijgen. Ook de medische situatie van haar echtgenoot, die diabetes heeft, leidt niet tot een ander oordeel, aangezien voldoende medische zorg beschikbaar is in Zimbabwe en Zuid-Afrika.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier J. de Lange op 10 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen.