ECLI:NL:RBDHA:2025:24015
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op tijdelijke bescherming voor Oekraïense vreemdeling die zich voor Russische invasie in Oekraïne vestigde
Eiser, van Oekraïense nationaliteit, verliet zijn woonplaats in Oekraïne in juli 2019 en vestigde zich duurzaam in Rusland, waar hij werkte en een verblijfsvergunning had. Hij keerde slechts tijdelijk terug naar Oekraïne en verkocht zijn woning kort na de Russische militaire invasie in februari 2022. De minister wees zijn aanvraag voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat hij niet ontheemd was geraakt door het conflict.
De rechtbank bevestigt dit standpunt en stelt dat ontheemd raken inhoudt dat iemand gedwongen wordt zijn vaste woonplaats te verlaten. Eiser had zijn hoofdverblijf al jaren voor de invasie buiten Oekraïne. Zijn tijdelijke terugkeer en woningverkoop na de inval veranderen hier niets aan. De rechtbank verwijst ook naar eerdere jurisprudentie die terugkeer zonder intentie tot duurzame vestiging niet als ontheemding kwalificeert.
Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte zijn vertrek in juli 2019 als vertrek uit Oekraïne beschouwde en dat de motieven voor zijn verblijf in Rusland en vertrek daaruit relevant zijn. De rechtbank oordeelt dat deze argumenten niet leiden tot een ander oordeel. Ook zijn stelling dat de gevolgen van het besluit onevenredig zijn, wordt verworpen omdat eiser de asielprocedure kan volgen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser terecht geen tijdelijke bescherming is toegekend. Hij wordt verwezen naar de reguliere asielprocedure. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier G.T.J. Kouwenberg op 11 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser geen recht heeft op tijdelijke bescherming onder de Richtlijn.