ECLI:NL:RBDHA:2025:24017

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
NL25.43118
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Y. Yeniay - Cenik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure verblijfsaanvraag

Verzoeker heeft op 15 april 2025 een aanvraag ingediend voor verblijf met het verblijfsdoel 'familie en gezin' bij zijn echtgenote. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 1 september 2025 afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen bezwaar in op 5 september 2025 en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de bezwaarprocedure in Nederland kan afwachten.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang omdat de bezwaarprocedure niet automatisch de rechtsgevolgen van het besluit schorst en uitzetting tijdens de bezwaarprocedure dreigt. De minister heeft zich niet verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat de uitzetting van verzoeker achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, waaronder het griffierecht en een vergoeding voor het ingediende verzoekschrift.

Deze uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 12 december 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43118

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. I. Özkara),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Met het besluit van 1 september 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoeker van 15 april 2025 om een aanvraag met verblijfsdoel ‘familie en gezin’ voor verblijf bij zijn echtgenote mevrouw [naam echtgenote], afgewezen.
1.1.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld. Ook heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de bezwaarprocedure in Nederland mag afwachten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb volgt dat de voorzieningenrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, als tegen een besluit bezwaar is gemaakt en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. Verzoeker heeft op 5 september 2025 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag. Dit bezwaar schort de rechtsgevolgen van het besluit van 1 september 2025 alleen niet op. Omdat gedurende de behandeling van het bezwaar uitzetting niet achterwege wordt gelaten heeft verzoeker spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
6. Bij brief van 6 oktober 2025 heeft de griffier van de rechtbank de minister verzocht om binnen twee weken na plaatsing van het bericht (in het digitale dossier) schriftelijk mee te delen of de minister zich verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening totdat op het bezwaarschrift is beslist. De minister heeft, na een toegewezen uitstelverzoek van 21 oktober 2025, op 10 november 2025 laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening totdat op het bezwaarschrift is beslist. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom toe.

Conclusie en gevolgen

7. Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat de uitzetting van verzoeker achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist. Dat betekent dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure niet mag worden uitgezet.
7.1.
Omdat het verzoek wordt toegewezen krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij vanwege de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend, waarvoor gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht 1 punt wordt toegekend. Ook moet de minister het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194.- vergoeden. Er zijn geen andere kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat uitzetting van verzoeker achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-;
- bepaalt dat de minister het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.