ECLI:NL:RBDHA:2025:24020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Noorwegen volgens Dublinverordening
Eiser diende op 9 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Noorwegen verantwoordelijk werd geacht op grond van een eerder verstrekt Noors visum dat minder dan zes maanden voor de aanvraag was verlopen. De minister vroeg de Noorse autoriteiten om overname, welke werd geaccepteerd.
Eiser betoogde dat hij het visum niet daadwerkelijk had gebruikt om de EU binnen te komen en dat de minister ten onrechte Noorwegen als verantwoordelijke aanmerkte. Ook stelde hij dat de minister de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege zijn verblijf en bekendheid bij Nederlandse instanties.
De rechtbank oordeelde dat het visum en de gegevens uit het EU-VIS voldoende bewijs vormen dat Noorwegen verantwoordelijk is. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro en concludeerde dat de minister tijdig heeft gehandeld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.