De gecertificeerde instelling verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij diens stiefvader te verlenen voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is in juni 2025 naar het buitenland vertrokken en heeft geen contact meer met instanties, waardoor er geen gezaghebbende ouder in Nederland aanwezig is.
De minderjarige verblijft al enige maanden bij de stiefvader en staat op diens adres ingeschreven. De kinderrechter achtte het noodzakelijk om de machtiging te verlenen om het verblijf bij de stiefvader te formaliseren, mede omdat de minderjarige bijna achttien wordt en het in zijn belang is dat hij kan blijven waar hij wil.
De zitting vond plaats met gesloten deuren; de moeder en stiefvader waren niet aanwezig, maar correct opgeroepen. De kinderrechter verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, waardoor deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De machtiging geldt van 4 december 2025 tot 8 maart 2026.