Op 4 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in drie verzoeken tot machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen, ingediend door Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden. De verzoeken zijn gedaan vanwege de problematiek van de ouders en de onstabiele relatie tussen hen, die een veilige en stabiele opvoedomgeving voor de kinderen in de weg staat. De kinderrechter heeft de verzoeken beoordeeld en geconcludeerd dat de machtigingen noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de kinderen. De kinderen, [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3], [minderjarige 4], [minderjarige 5] en [minderjarige 6], zijn in verschillende situaties geplaatst in jeugdhulpinstellingen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar zijn niet in staat om de kinderen de benodigde stabiliteit te bieden. De kinderrechter heeft de machtigingen tot uithuisplaatsing verlengd voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en verleent een nieuwe machtiging voor [minderjarige 3], [minderjarige 4], [minderjarige 5] en [minderjarige 6]. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de ouders de ruimte gegeven om aan hun eigen problematiek te werken, terwijl de kinderen in een veilige omgeving kunnen opgroeien.