ECLI:NL:RBDHA:2025:24060

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
629182
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
  • E. Brinkman
  • A. Hooiveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inbreuk op Europees octrooi EP 366 door Netflix met betrekking tot videocompressietechnologie

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Avago Technologies International Sales PTE. LTD. (hierna: Broadcom) en Netflix International B.V. en Netflix Inc. over de inbreuk op het Europese octrooi EP 366, dat betrekking heeft op videocompressietechnologie. Broadcom stelt dat Netflix inbreuk maakt op dit octrooi door videobestanden aan te bieden die gecodeerd zijn met de technieken die in de conclusies van het octrooi zijn beschreven. Netflix betwist deze inbreuk en stelt dat het octrooi niet nieuw of inventief is, en dat het nietig verklaard moet worden. De rechtbank heeft de procedure gevolgd, waarbij verschillende producties en deskundigenverklaringen zijn ingediend. De rechtbank heeft uiteindelijk geoordeeld dat Netflix niet inbreuk maakt op het octrooi, omdat de door Netflix toegepaste technieken niet overeenkomen met de geclaimde methoden in het octrooi. De vorderingen van Broadcom zijn afgewezen, en de rechtbank heeft Broadcom veroordeeld in de proceskosten van Netflix, die zijn vastgesteld op € 445.672,85. De voorwaardelijke vorderingen in reconventie van Netflix zijn niet behandeld, omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat er geen inbreuk is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Civiel recht
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: C/09/629182 / HA ZA 22-409
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
AVAGO TECHNOLOGIES INTERNATIONAL SALES PTE. LTD.,
te Singapore,
eisende partij,
hierna te noemen: Broadcom,
advocaten: mr. T. Douma, mr. P. van Gemert en mr. L.D. Buijtelaar,
tegen

1.NETFLIX INTERNATIONAL B.V.,

te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
NETFLIX INC.,
te Los Gatos (United States of America),
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Netflix,
advocaten: mr. B.J. van den Broek, mr. R. van Kleeff en mr. R.J.F. Grijpink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding die is betekend op 7 februari 2022
- de akte houdende producties EP1 tot en met EP13 van 11 mei 2022
- de incidentele conclusie tot het stellen van zekerheid van 11 mei 2022, tevens akte houdende overlegging producties GP 1 tot en met GP 4
- de op 25 mei 2022 genomen conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende producties EP 14 tot en met EP 20
- de akte uitlating producties van Netflix van 15 juni 2022
- de conclusie van antwoord van 16 november 2022 met producties GP 5 tot en met GP 36
- de akte vermindering van eis, op 16 november 2022 genomen door Broadcom, waarin zij de vorderingen uitdrukkelijk beperkt tot het grondgebied van Nederland
- de conclusie repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie van 8 februari 2023, tevens houdende producties EP 14 tot en met EP 19 [1]
- de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie van 26 april 20=23 met producties GP 37 tot en met GP 50
- de conclusie van dupliek in reconventie van 12 juli 2023, tevens akte houdende productie EP 20
- het tussenvonnis van 17 januari 2024 waarin de mondelinge behandeling is gelast
- de akte houdende aanvulling nietigheidsverweer en grondslag van eis van Netflix d.d. 21 augustus 2024 met producties GP 51 tot en met GP 57
- de brief van Broadcom van 4 september 2024 waarin zij bezwaar maakt tegen de vermeerdering grondslag van eis (in reconventie) en nietigheidsverweer (in conventie) bij de akte van Netflix van 21 augustus 2024
- de antwoordakte van Netflix op het bezwaar van 18 september 2024
- de akte houdende aanvulling grondslag van eis van 25 september 2024, tevens houdende producties EP 21 tot en met EP 24
- de antwoordakte van Netflix op de aanvulling grondslag van eis van 27 november 2024, tevens akte houdende productis GP 58 tot en met 60
- de akte uitlating van Broadcom van 15 januari 2025
- de akte houdende producties GP 61 tot en met 64
- de antwoordakte van Netflix van 12 maart 2025 met productie GP 65
- de brief van Broadcom van 26 maart 2025 waarin zij bezwaar maakt tegen de akte van Netflix van 12 maart 2025
- de reactie van Netflix van 27 maart 2025 op het bezwaar
- de akte houdende productie GP 66 van 4 april 2025
- het bericht van Broadcom van 8 april 2025 waarin zij bezwaar maakt tegen productie GP 66
- de op 14 april 2024 ingediende pleitnota van Broadcom
- de op 14 april 2025 ingediende pleitnota van Netflix
- de mondelinge behandeling van 18 april 2025 waarvan partijen een opname hebben gemaakt
- de akte van 25 april 2025 houdende producties EP 36 tot en met 40
- de akte van 25 april 2025 houdende producties GP 67 tot en met 73
- de aanvullende kostenspecificatie van Broadcom van 2 mei 2025
- de aanvullende kostenspecificatie van Netflix van 2 mei 2025
- de op 6 mei 2025 ingediende pleitnota van Broadcom
- de op 6 mei 2025 ingediende pleitnota van Netflix
- de mondelinge behandeling van 9 mei 2025 waarvan partijen een opname hebben gemaakt.
- de berichten van partijen van 16 mei 2025 waarin zij de rechtbank verzoeken vonnis te wijzen
1.2.
Broadcom heeft zich op de mondelinge behandelingen van 18 april en 9 mei 2025 laten vertegenwoordigen door mrs. Douma, Van Gemert en Buijtelaar, voornoemd, alsmede door de octrooigemachtigde [naam 1] ,
1.3.
Netflix heeft zich op de mondelinge behandeling van 18 april en 29 mei 2025 laten vertegenwoordigen door mrs. Van den Broek, van Kleeff en Grijpink, voornoemd, alsmede door de octrooigemachtigde [naam 2] .
1.4.
Op de mondelinge behandeling van 18 april 2025 was (via een videoverbinding) prof. [naam 3] , technisch deskundige voor Netflix, aanwezig.
1.5.
Op de mondelinge behandeling van 9 mei 2025 waren via een videoverbinding de heer [naam 4] , deskundige Zwitsers recht voor Broadcom, en de heer [naam 5] , deskundige Zwitsers recht voor Netflix, aanwezig.
1.6.
Ter zitting heeft de rechtbank het bezwaar van Broadcom tegen de akte van Netflix van 12 maart 2025 verworpen. Broadcom heeft 2.000 woorden extra gekregen om daarop bij pleidooi te reageren en niet is gebleken dat zulks onvoldoende is geweest om adequaat te reageren. Het bezwaar van Broadcom tegen GP 66 wordt eveneens verworpen. De betreffende akte en productie hebben een beperkte omvang en zijn conform de volgens het landelijk procesreglement geldende termijnen ingediend. De daarin behandelde materie is niet zodanig nieuw dat Broadcom niet geacht kon worden daarop ter zitting adequaat te kunnen reageren. Zij is derhalve niet in haar procesbelang geschaad.

2.De feiten

De partijen
Broadcom
2.1.
Eiseres, Avago Technologies International Sales PTE Ltd., is een indirecte dochteronderneming van Broadcom Inc, om welke reden in deze procedure eiseres “Broadcom” wordt genoemd. Broadcom is wereldwijd actief op het gebied van halfgeleidertechnologie en infrastructuursoftware.
Netflix
2.2.
Gedaagden maken beide onderdeel uit van de Netflix-groep. Netflix biedt video-on-demand services aan over het internet. In Nederland biedt Netflix haar video-diensten aan via haar website
https://www.netflix.com/nl/en via verschillende eigen Netflix applicaties die draaien op, bijvoorbeeld, televisies, mobiele telefoons en tablets.
De technologie
2.3.
Deze procedure heeft betrekking op het octrooi met nummer EP 2 575 366 B1 (hierna “EP 366” of “het Octrooi”). EP 366, waarover hieronder meer, heeft betrekking op technologie voor het zogenaamd
coderen
van digitale videobestanden. Dit coderen houdt in het “kleiner” maken van een videobestand zodat voor het streamen daarvan minder netwerkcapaciteit nodig is.
2.4.
Er bestaan verschillende technologieën voor het coderen van videobestanden. Deze technologieën, waaronder de in het octrooi geclaimde uitvinding, gaan uit van de volgende achtergrond.
2.5.
Videobeelden bestaan uit een reeks stilstaande beelden die met een bepaalde snelheid achter elkaar worden getoond zodat het brein bewegend beeld percipieert. De snelheid waarmee die beelden achter elkaar worden getoond – de
frame rate– varieert bij digitale videobestanden over het algemeen van 24 tot 60 beelden per seconde.
2.6.
Elke frame bestaat uit pixels. Hoe meer pixels een frame bevat (de frame grootte), hoe hoger de resolutie en dus hoe scherper het beeld. Een video met, bijvoorbeeld, HD resolutie heeft een frame grootte van 921.600 (1280x720) pixels, terwijl een video met 4K resolutie een frame grootte van 8.294.400 (3840 x 2160) pixels telt. Voor iedere pixel moet per frame in het videobestand de kleur (chroma) en de helderheid (luma) worden gedefinieerd.
2.7.
Voor het kleiner maken (ook wel “comprimeren”) van een videobestand is aan de ene kant een encoder nodig en aan de andere kant een decoder. De encoder zet de informatie over de frames om in een formaat waarin het, bijvoorbeeld, over het internet kan worden verstuurd (een
“output bitstream”). De decoder zet de
bitstream, in een omgekeerd proces, weer om in frames die kunnen worden weergegeven op een scherm.
2.8.
De encoder en de decoder werken volgens bepaalde afspraken. Die afspraken worden in de praktijk vastgelegd in zogenaamde standaarden. Die standaarden zorgen voor de nodige afstemming in een markt tussen aanbieders van content en fabrikanten van apparaten die die content kunnen afspelen.
2.9.
Op de prioriteitsdatum was de Advanced Video Coding Standard (AVC), ook wel “H.264/AVC” een veel toegepaste standaard voor het comprimeren van videobeelden. Deze standaard is opgevolgd door HEVC (High efficiency video coding). HEVC is vastgelegd in de ITU-T H.265 standaard van augustus 2021. De standaard bevat alleen regels voor het decoderen van de
bitstreamen schrijft dus niet het coderingsproces als zodanig voor. Het coderingsproces kan echter wel uit de standaard worden afgeleid. Waar hierna wordt gesproken over “de standaard” of “de HEVC Standaard” wordt op deze versie gedoeld, tenzij anders weergegeven.
2.10.
De voor deze procedure relevante delen van de standaard worden hieronder weergegeven:
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
2.11.
Hieronder wordt dieper ingegaan op de verschillende – voor deze procedure relevante – processen die bij het coderen van videobestanden (van ruwe
frame datanaar een gecomprimeerde
bit stream) conform de standaard worden doorlopen. Het gaat dan in het bijzonder om de volgende stappen in het coderingsproces:
  • Partitioning
  • Prediction
  • Binarisatie
  • Entropy Encoding
Partitioning
2.12.
Bij het coderen wordt elk video-frame (dan wel een onderdeel van een frame, genaamd een
slice) opgedeeld in sub-eenheden. In H.264/AVC waren dat basiseenheden met een grootte van 16 bij 16 pixels die “macroblocks” werden genoemd. Op de prioriteitsdatum was in de ontwikkeling van HEVC besloten om gebruik te maken van een “coding unit” (CU) met, in tegenstelling tot een macroblock in H.264/AVC, verschillende mogelijke afmetingen (bijvoorbeeld 8x8 pixels of 64x64 pixels).
2.13.
Een coding unit kan verder worden opgesplitst in “
prediction units”:
Prediction
2.14.
Predictionhoudt in het uitvoeren van een voorspelling voor iedere prediction unit op een gestandaardiseerde wijze, op basis van omliggende gegevens in hetzelfde frame (“intra-frame prediction” of kortweg “intra-prediction”) of gegevens in andere frames (“inter-frame prediction” of “inter-prediction” in het kort). De encoder geeft daarbij instructies voor de wijze waarop de specifieke voorspelling voor dit deel van het beeld moet worden uitgevoerd en op welke (al bij de decoder bekende) gegevens die voorspelling moet zijn gebaseerd.
2.15.
Intra-predictionhoudt in dat aan de hand van referentie-pixels binnen de
coding unit(bijvoorbeeld de bovenste rij en de meest linker kolom) wordt “voorspeld” welke eigenschappen alle overige pixels binnen dat macroblock hebben. Heel simpel gezegd, als alle pixels van de bovenste rij en de meest linker kolom roze zijn, dan zullen de overige pixels dat ook zijn. Een onderdeel van een frame dat middels intra-prediction wordt voorspeld wordt ook wel een “
I-slice” genoemd.
2.16.
Bij
inter-predictionwordt de eigenschap van een pixel voorspeld aan de hand van een of meer andere frames. Dit kan een voorgaand of opvolgend frame zijn (men spreek dat van een
“P-Slice”), maar kan ook plaatsvinden aan de hand van zowel een voorgaand als een opvolgend frame (bidirectionele
“B-slice”).
Binarisatie
2.17.
De wijze waarop de frames of slices worden opgedeeld (
partitioning) en de voorspellingsmethode die wordt toegepast (
prediction), worden in
syntax elementsweergegeven. Om door de encoder te kunnen worden verstuurd aan de decoder, moeten deze waarden worden omgezet in een serie enen en nullen, oftewel een “
bin string”. Het proces waarbij een
syntax elementwordt omgezet in een
bin stringheet binarisatie.
2.18.
Welke
bin stringhoort bij een bepaald
syntax elementwordt veelal bepaald aan de hand van een zogenaamde
binary tree. Een
binary treeis een boomstructuur die zich stap voor stap vertakt in steeds twee verdere knooppunten (
nodes), uitgaande van een wortelknooppunt (
root node). Een voorbeeld van een
binary treezoals die wordt gebruikt bij coderen van videobestanden staat hieronder afgebeeld.
2.19.
Aan iedere
nodein de
binary treekan een bepaalde waarde worden toegekend. Zo wordt er een
code booktot stand gebracht aan de hand waarvan de betekenis van een bepaalde bin string kan worden bepaald (0=A, 10=B, 110=C en 111=D).
2.20.
Een voordeel van het hanteren van een
binary treekan zijn dat syntax elementen die vaak voorkomen hoog in de boom worden geplaatst terwijl syntax elementen die minder vaak voorkomen lager in de boom worden geplaatst. Daardoor worden de kortste bin strings toegekend aan de meest voorkomende elementen, hetgeen een besparing oplevert op de totale
bitstream.
Entropy encoding
2.21.
De laatste stap in het coderingsproces is het verder comprimeren van de
bin stringsdoor middel van
entropy encoding. Een voorbeeld van een dergelijk entropie-coderingsproces, die ook wordt toegepast in HEVC, is de zgn. “Context Adaptive Binary Arithmetic Coding” (CABAC).
2.22.
In dit proces worden de
binsvan de bin strings omgezet in een variërend aantal
bitsin de
bit stream. Voor deze procedure is het voldoende om te weten dat het CABAC proces leidt tot een verdere compressie van de bit stream en de laatste stap is in het creëren van de
output bitstream(en derhalve ook, maar dan omgekeerd, de eerste stap in het decoderingsproces).
Het octrooi
2.23.
De Europese aanvraag voor EP 366 is gedaan op 31 juli 2012 onder aanvraagnummer 12005568.6 en is als EP 2575 366 A2 gepubliceerd op 3 april 2013 (Productie 1B). Op 11 september 2019 werd EP 366 verleend met als titel “Signaling of coding unit prediction and prediction unit partition mode for video coding”. Het Octrooi claimt als prioriteitsdata 27 september 2011 en 14 juni 2012.
Conclusies 6 en 7
2.24.
De voor deze procedure relevante conclusies 6 en 7 van het octrooi luiden als volgt (met kenmerkindeling zoals door partijen gehanteerd):
6. A method for operating a video encoder of a communication device, the method comprising:
6.1
operating the video encoder to encode an input video signal to generate an output bitstream;
6.2
employing a single binary tree within the video encoder to process at least one P slice and at least one B slice for generating the output bitstream;
the method characterised by:
6.3
employing the single binary tree representing a binarization to encode coding unit (CU) prediction mode in a first syntax element for both the at least one P slice and the at least one B slice in accordance with generating the output bitstream; and
6.4
employing the single binary tree representing said binarization to encode prediction unit (PU) partition mode in a second syntax element for both the at least one P slice and he at least one B slice in accordance with generating the output bitstream;
6.5
wherein the binarization employed is a function of whether or not a current CU of the at least one P slice or the at least one B slice is the smallest CU, SCU, or not.
7. The method of claim 6, wherein:
7.1
the first syntax element indicating intra-prediction processing or
inter-prediction processing; and
7.2
the second syntax element indicating CU partition shape.
67. De Nederlandse vertaling van het octrooi is aan dit vonnis gehecht als bijlage A.
De beschrijving
2.25.
De beschrijving van EP 366 bevat (onder meer en voor zover hier relevant) de volgende passages:
TECHNICAL FIELD OF THE INVENTION
[0003] The invention relates generally to digital video processing; and, more particularly, it relates to signaling in accordance with such digital video processing.
[…]
DETAILED DESCRIPTION OF THE INVENTION
[…]
[0112] Also, as also mentioned above, in accordance with the currently developing HEVC standard, both B slices and P slices respectively used different respective codewords for the different PU modes. In accordance with operation on P slices, the CU prediction mode (whether performing inter-prediction or intra-prediction) and the PU partition mode are encoded separate syntax elements. However, in accordance with operation on B slices, the CU prediction mode and the PU partition mode are encoded jointly by using a single syntax element. In certain situations, this disparate processing, depending upon whether P slices or be slices are being operated on, can create an extra burden for syntax parsing. As such, is also described above, one possible embodiment may be implemented using the binary tree, as pictorially illustrated with respect to FIG. 14, to be used for both B slices and P slices. That is to say, the very same binary tree is employed for both B slices and P slices in such an implementation. As may be understood with respect to such an embodiment, a very efficient implementation may be achieved by using the very same binary tree for both B slices and P slices, in that, only a singular codebook may be employed for both processing of the slices and P slices. For example, such an embodiment but operate by using the very same binary tree to unify processing of both B slices and P slices in this particular case and also to use the same approach with respect to signal CU prediction mode and PU partition mode. One possible embodiment may be implemented such that the CU prediction mode (whether performing inter-prediction or intra- prediction) and the PU partition mode are respectively encoded in separate syntax elements for both P slices and B slices. Another possible embodiment may be implemented such that the CU prediction mode (whether performing inter-prediction or intra-prediction) and the PU partition mode are jointly encoded in a single syntax element for both P slices and B slices.
[…]
De belangrijkste tekeningen
2.26.
In deze procedure zijn de volgende tekeningen uit het octrooi van belang:
De verleningsgeschiedenis
2.27.
Voor deze procedure is relevant dat in het aanvrage document (EP 2 575 366 A2), de volgende conclusies stonden opgenomen:
9. A method for operating a video encoder of a communication device, the method comprising: operating the video encoder to encode an input video signal to generate an output bitstream; and employing a single binary tree within the video encoder to process at least one P slice and at least one B slice in accordance with generating the output bitstream.
10. The method of claim 9, further comprising: employing the single binary tree within the video encoder to encode jointly coding unit (CU) prediction and prediction unit (PU) partition mode in a single syntax element for both the at least one P slice and the at least one B slice in accordance with generating the output bitstream.
11. The method of claim 9, further comprising: employing the single binary tree to encode coding unit (CU) prediction in a first syntax element for both the at least one P slice and the at least one B slice in accordance with generating the output bitstream; and employing the single binary tree to encode prediction unit (PU) partition mode in a second syntax element for both the at least one P slice and the at least one B slice in accordance with generating the output bitstream.
12. The method of claim 11, wherein: the first syntax element indicating intra-prediction processing or inter-prediction processing; and the second syntax element indicating CU partition shape.
2.28.
In het verleende octrooi komt de in conclusie 10 geclaimde methode (
jointly encode) niet meer terug en zijn conclusies 9 en 11 samengevoegd tot de verleende conclusie 6. Conclusie 12 komt terug als conclusie 7.

3.Het geschil in conventie

3.1.
Broadcom vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1) Te verklaren voor recht dat gedaagden inbreuk hebben gemaakt op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 366;
2) Te verklaren voor recht dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld jegens Broadcom door inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 366 te faciliteren en/of in strijd met haar rechtsplicht na te laten om de inbreuk te voorkomen;
3) Gedaagden met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te verbieden in Nederland, inbreuk te maken op (het Nederlandse deel van) EP 366 meer in het bijzonder gedaagden te verbieden (i) de werkwijze van EP 366 in of voor haar bedrijf toe te passen (ii) videobestanden alsook (andere) producten die rechtstreeks zijn verkregen door toepassing van de werkwijze in EP 366 in of voor zijn bedrijf te gebruiken, in het verkeer te brengen of verder te verkopen, te verhuren, af te leveren of anderszins te verhandelen, dan wel voor een of ander aan te bieden, in te voeren of in voorraad te hebben, zulks op straffe van een door gedaagden aan eiseres hoofdelijk te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 100.000 (honderdduizend euro) voor iedere dag waarbij een dagdeel als een volledige dag telt dat de inbreuk op het octrooi voortduurt, dan wel – en zulks ter uitsluitende keuze van eiseres - van € 10,000 (tienduizend euro) voor iedere keer (ieder individueel inbreukmakend product, zoals bijvoorbeeld een videobestand, te beschouwen als een keer), dat een van de gedaagden geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met dit verbod - althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen inhoud van het verbod - ;
4) Gedaagden met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te verbieden in Nederland onrechtmatig te handelen jegens Broadcom, meer in het bijzonder door gedaagden te verbieden door indirect deel te nemen aan, uit te lokken, te bevorderen, te faciliteren, en/of hiervan (bewust, stelselmatig en berekenend) te profiteren van toepassing van de geoctrooieerde werkwijze van het Nederlandse deel van Europees octrooi van EP 366 met het in Nederland profijt trekken van het resultaat daarvan, zulks op straffe van een door gedaagden aan eiseres hoofdelijk te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 100.000 (honderdduizend euro) voor iedere dag waarbij een dagdeel als een volledige dag telt dat de onrechtmatige gedraging voortduurt, dan wel – en zulks ter uitsluitende keuze van eiseres - van € 10,000 (tienduizend Euro) voor iedere keer (ieder individueel inbreukmakend product, zoals bijvoorbeeld een videobestand, te beschouwen als een keer), dat een van de gedaagden geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met dit verbod - althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen inhoud van het verbod - ;
5) Gedaagden te gebieden om binnen vijfenveertig (45) dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis alle onder vordering 3 bedoelde producten die in Nederland op servers worden opgeslagen door of in opdracht van de gedaagden te vernietigen, waarbij de kosten van de vernietiging, door gedaagden dienen te worden betaald, zulks op straffe van verbeurte van een door gedaagden aan Broadcom hoofdelijk te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van €100.000 (honderdduizend Euro) voor elke dag dat dit gebod door een van de gedaagden niet tijdig, volledig of correct wordt nagekomen, waarbij een dagdeel als een volledige dag telt;
6) Gedaagden te gebieden de advocaten van eiseres binnen veertien (14) dagen na de betekening van het te dezen te wijzen vonnis, te voorzien van een juist en volledig overzicht betreffende:
a. het aantal in Nederland geleverde streams aan haar gebruikers;
b. het aandeel van de door Netflix in Nederland geleverde streams die met de werkwijze volgens het octrooi zijn geëncodeerd ten opzichte van het totaal van de door Netflix in Nederland geleverde streams, of indien niet voorhanden, informatie over het aandeel door Netflix geleverde streams die met de werkwijze volgens het octrooi zijn geëncodeerd ten opzichte van het totaal van de door Netflix geleverde streams voldoende voor een bepaling voor dit waarschijnlijke aandeel voor de in Nederland geleverde streams;
c. de met de inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 366 behaalde omzet;
d. de met de inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 366 behaalde bruto- en nettowinst;
een en ander telkens uitgesplitst per product (lees: per titel) en hoeveelheid en voorzien van alle relevante ondersteunende documenten, een en ander telkens op straffe van verbeurte van een door gedaagden aan eiseres hoofdelijk te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van €50.000 (vijftigduizend Euro) voor elke dag dat dit gebod door een van de gedaagden niet tijdig, volledig of correct wordt nagekomen, waarbij een dagdeel als een volledige dag telt;
7) Gedaagden te gebieden de advocaten van eiseres binnen dertig (30) dagen na de betekening van het te dezen te wijzen vonnis, op een door de rechter te bepalen wijze te voorzien van een verklaring dat het overzicht als bedoeld onder 6) juist en volledig is, althans, een in goede justitie te bepalen voorziening waarmee wordt gewaarborgd het onder 6) bedoelde overzicht juist en volledig is, een of ander telkens op straffe van verbeurte van een door gedaagden aan eiseres hoofdelijk te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van €50.000 (vijftigduizend Euro) voor elke dag dat dit gebod, of de door de rechtbank opgelegde voorziening, door een van de gedaagden niet tijdig, volledig of correct wordt nagekomen, waarbij een dagdeel als een volledige dag telt;
8) Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding aan Broadcom van de schade die zij heeft geleden en nog lijdt ten gevolge van de onder sub 1) t/m sub 4) bedoelde inbreukmakende handelingen althans onrechtmatige handelingen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, of, ter keuze van Broadcom, tot het afdragen aan Broadcom van de ten gevolge van de inbreukmakende handelingen genoten winst;
9) Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de volledige, redelijke en evenredige kosten van dit geding op grond van artikel 1019h Rv zoals nader in deze procedure te begroten, althans gedaagden te veroordelen in de volledige, redelijke en evenredige kosten van dit geding op grond van artikel 1019h Rv als zijnde ten minste een complexe zaak in de zin van de Regeling Indicatietarieven in Octrooizaken Rechtbank Den Haag;
10) Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten die Broadcom heeft moeten maken aan deskundigen, zoals nader in deze procedure te begroten, vermeerderd met de nakosten, althans een door uw rechtbank in goede justitie te betalen bedrag;
11) Waarbij gedaagden de genoemde kosten onder 11) en 12) binnen veertien (14) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis dient te betalen op de derdengeldrekening van de advocaten van Broadcom, en waarbij de sommen worden vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende (15) dag na betekening tot de dag van algehele betaling.
3.2.
Broadcom legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Netflix in Nederland inbreuk maakt op EP 366 door videobestanden op haar online platform aan te bieden die zijn gecodeerd met toepassing van conclusie 6 en/of conclusie 7 van EP 366.
Netflix betoogt dat zij de in conclusies 6 en/of 7 geclaimde werkwijze niet toepast en betwist dus dat zij inbreuk maakt op het octrooi. Bovendien stelt zij dat het octrooi niet nieuw, althans niet inventief en derhalve nietig is.
3.3.
Voor zowel het octrooi geldig zou zijn en Netflix daarop inbreuk zou maken, stelt Netflix dat sprake is van een standaard-essentieel octrooi en dat Broadcom niet voldaan heeft aan haar verplichting om Netflix een licentie aan de bieden onder
fair, reasonable and non-discriminatory(FRAND) voorwaarden.
Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie
3.4.
In reconventie vordert Netflix de vernietiging van EP 366, met veroordeling van Broadcom in de proceskosten ex artikel 1019h Rv. Ter zitting heeft Netflix aangegeven dat de vordering in reconventie voorwaardelijk wordt ingesteld, namelijk voor zover de rechtbank van oordeel is dat Netflix inbreuk maakt op het octrooi.

4.De beoordeling in conventie

Bevoegdheid
4.1.
De rechtbank is op grond van artikel 24 lid 4 Brussel I bis-Vo [2] internationaal en op grond van artikel 80 lid 1 onder a Rijksoctrooiwet 1995 relatief bevoegd. De internationale en relatieve bevoegdheid van deze rechtbank zijn overigens niet bestreden.
De vakpersoon
4.2.
Volgens Broadcom zal de vakpersoon een computerwetenschapper, een computertechnicus of een elektrotechnicus zijn met een opleiding op het gebied van computerwetenschappen of computer- of elektrotechniek. De vakpersoon heeft een grondig begrip van binary trees. Voorts is de vakpersoon op de prioriteitsdatum bekend met de ontwikkelingen op het gebied van videocodering.
4.3.
Deze duiding van de vakpersoon is door Netflix niet weersproken en de rechtbank neemt deze derhalve over.
Uitleg en inbreuk
4.4.
Partijen twisten (onder meer) over de vraag of Netflix de kenmerken 6.3 en 6.4 van het octrooi toepast en, in dat verband, over de vraag hoe die kenmerken moeten worden uitgelegd. Daarbij gaat het dan concreet om de vraag of er bij de door Netflix toegepaste werkwijze (volgens de HEVC Standaard) sprake is van
employing a single binary treeom zowel de
prediction mode, als de
partition modete coderen.
Voor het leesgemak worden de kenmerken van conclusie 6 hier herhaald:
6. A method for operating a video encoder of a communication device, the method comprising:
6.1
operating the video encoder to encode an input video signal to generate an output bitstream;
6.2
employing a single binary tree within the video encoder to process at least one P slice and at least one B slice for generating the output bitstream;
the method characterised by:
6.3
employing the single binary tree representing a binarization to encode coding unit (CU) prediction mode in a first syntax element for both the at least one P slice and the at least one B slice in accordance with generating the output bitstream; and
6.4
employing the single binary tree representing said binarization to encode prediction unit (PU) partition mode in a second syntax element for both the at least one P slice and he at least one B slice in accordance with generating the output bitstream;
6.5
wherein the binarization employed is a function of whether or not a current CU of the at least one P slice or the at least one B slice is the smallest CU, SCU, or not.
Standpunt van Broadcom
4.5.
Broadcom betoogt dat uit de kenmerken 6.3. en 6.4 volgt dat sprake moet zijn van een
single binarytree die zowel de
prediction modeals de
partition modecodeert. De toepassing van deze
single binary treeresulteert in twee van elkaar te onderscheiden “sets” van
bin strings, te weten een eerste
bin string(1 of 0) die duidt op de
prediction modeen een tweede
bin string(bijvoorbeeld 01) waaruit de
partition modevolgt. Een en ander is door professor de With, de door Broadcom ingeschakelde deskundige, in zijn verklaring van 11 juli 2023 als volgt weergegeven:
4.6.
Het voordeel van de uitvinding wordt door De With als volgt verwoord:
“12. The two syntax elements of Claim 6 of the Patent represent two separate parts of the binarization. Using two separate syntax elements as claimed in the invention according to Claim 6 of the Patent, has the advantage that a decoder can separately decode the two syntax elements, while use of a single syntax element would require the decoder to process the entire corresponding bin string. In particular, an advantage is that the decoder is able to quickly and simply process the prediction mode […]”
4.7.
Ter zitting heeft Broadcom verduidelijkt dat in haar visie niet vereist is dat sprake is van één binarisatieproces waarin zowel
prediction modeals
partition modein één
bin stringworden gecodeerd. Voldoende is dat de binarisatie van
partition modeafhankelijk is van de
prediction mode
4.8.
De videobestanden die Netflix aanbiedt (en die ook in Nederland toegankelijk zijn) zijn het resultaat van het toepassen van de in conclusies 6 en 7 van het octrooi toegepaste werkwijze. Dit volgt uit het feit dat Netflix de HEVC Standaard toepast.
4.9.
In de HEVC standaard wordt de
prediction modegebinariseerd met
een fixed length binary codedie gelijk is aan “1” in het geval van intra-predictie en “0” in het geval van inter-predictie. De overeenkomstige
binary treebevat dus aanvankelijk twee takken vanaf de wortelknoop met twee knopen die de CU-voorspellingswijze (de
prediction mode) aangeven.
4.10.
Uit tabel 9-45 van de standaard (hieronder afgebeeld, markeringen aangebracht door Broadcom) blijkt verder dat de te gebruiken binarisatie voor de
partition mode, afhankelijk is van de waarde van de toegepaste
prediction mode. De toewijzing van tabel 9-45 komt derhalve overeen met een
binary treemet een wortelknooppunt, van waaruit eerst de beslissing tussen "0" en "1" wordt genomen voor “pred_mode_flag”, om vervolgens
de sub-binary treevoor “part_mode” te starten overeenkomstig tabel 9-45. Afhankelijk van de waarde van part_mode vindt dan een andere binarisatie plaats. Daarom worden beide syntaxelementen, gelet op de bovenstaande kenmerken, gebinariseerd met één binary tree.
Standpunt Netflix
4.11.
Netflix betoogt dat er voor de uitleg van Broadcom geen basis is in het octrooi. De door De With in zijn verklaring opgenomen afbeelding komt in het octrooi niet voor en het door De With geformuleerde technisch voordeel wordt in het octrooi niet genoemd.
4.12.
Volgens Netflix dient conclusie 6 te worden uitgelegd aan de hand van Figuur 14 van het octrooi:
4.13.
Figuur 14 laat zien hoe zowel
prediction modeals
partition modein een
single binary treegezamenlijk worden gecodeerd. Deze wijze van coderen met behulp van een
binary tree, waarin
bin stringsmet variabele lengtes uitkomen, biedt het voordeel dat combinaties die vaak voorkomen een korte
bin stringkrijgen toegewezen (bijvoorbeeld “1” voor inter 2N x 2N), terwijl minder vaak voorkomende combinaties een langere
bin stringkrijgen toegewezen (bijvoorbeeld “00000” voor intra 2Nx2N). Omdat de korte
bin stringsvaker voorkomen, levert dit een besparing op in de
bitstream.
4.14.
Netflix betoogt dat er in de HEVC Standaard geen sprake is van
a single binary treemaar juist van twee afzonderlijke
binary treesvoor de
prediction modeen de
partition mode. De binarisatieprocessen van het syntax element voor de
prediction mode(“pred_mode_flag”) en het syntax element voor de
partition mode(“part_mode”) worden in tabel 9-43 van de standaard afzonderlijk van elkaar gespecificeerd.
4.15.
pred_mode_flag wordt gebinariseerd met behulp van
fixed lengthbinarisatie. Na de binarisatie van dit syntax element overeenkomstig paragraaf 9.3.3.5 (de eerste stap in het CABAC-coderingsproces), wordt de bin voor pred_mode_flag omgezet in bits voor de
output bitstream(de tweede stap in het CABAC-coderingsproces). Daarmee is de codering van het syntax element “pred_mode_flag” voor de prediction mode afgerond. Ieder syntax element wordt (na binarisatie) volgens het CABAC proces separaat door de
arithmetic decoderomgezet in bits. [3]
4.16.
Het syntax element part_mode ondergaat een afzonderlijke binarisatie en codering. Blijkens tabel 9-43 vindt de binarisatie van dit syntax element plaats volgens het binarisatieproces dat wordt gespecificeerd in paragraaf 9.3.3.7 van de HEVC Standaard en de daar getoonde tabel 9-45. Nadat part_mode met gebruikmaking van een van de
binary treesuit Tabel 9-45 is gebinariseerd (de eerste stap in het CABAC-coderingsproces), worden de
binsvan de betreffende
bin stringomgezet in
bitsvoor de
output bitsream(de tweede stap in het CABAC-coderingsproces). Daarmee is ook de codering van het syntax element part_mode afgerond.
Het oordeel van de rechtbank
4.17.
De uitleg met het oog op de vaststelling van de beschermingsomvang van een in Nederland geldend deel van een Europees octrooi wordt beheerst door artikel 69 EOV [4] en het daarbij behorende uitlegprotocol. Artikel 69 lid 1 EOV houdt in dat de beschermingsomvang van een octrooi wordt bepaald door de conclusies, waarbij de beschrijving en de tekeningen dienen tot uitleg van die conclusies. De conclusies vormen in dat kader het uitgangspunt en de beschrijving en de tekeningen zijn een belangrijke bron die, ook indien de conclusies duidelijk lijken, altijd geraadpleegd moet worden. [5] Van de beschrijving maakt onderdeel uit een weergave van de stand van de techniek die de aanvrager als nuttig beschouwt voor het begrijpen van de uitvinding. Ook niet in de beschrijving genoemde stand van de techniek kan van belang zijn. Bij de uitleg van een octrooi met het oog op de vaststelling van de beschermingsomvang daarvan is het perspectief van de gemiddelde vakpersoon met zijn/haar kennis van de stand van de techniek op de aanvraag- of prioriteitsdatum leidend. [6] Daarbij mag (het voor derden kenbare deel van) het verleningsdossier worden betrokken. [7]
4.18.
Met Broadcom is de rechtbank van oordeel dat conclusie 6 niet hetzelfde claimt als wordt getoond in figuur 14. Figuur 14 ziet namelijk op het genereren van een
bin stringwaarin zowel
prediction modeals
partition modegezamenlijk zijn gecodeerd. In het aanvragedocument is, naast de werkwijze van conclusie 6 (conclusie 11 in de aanvrage), ook de werkwijze geclaimd waarbij een
single binary treewordt gebruikt:
“to encode jointly coding unit (CU) prediction and prediction unit (PU) partition mode in a single syntax element for both the at least one P slice and the at least one B slice in accordance with generating the output bitstream.”
Het octrooi maakt derhalve een onderscheid tussen het gebruiken van een
single binary tree to jointly encode in a single syntax elementenerzijds en de
binary treetoepassen
to encode in a first syntax elementen
in a second syntax elementanderzijds. Figuur 14 ziet op het eerste alternatief (dat uiteindelijk niet is geclaimd in het octrooi) en niet op het tweede. Dit zal de vakpersoon ook zo begrijpen bij het lezen van het octrooi en de voor hem kenbare verleningsgeschiedenis.
4.19.
Daarmee is nog niet gezegd dat de uitleg die Broadcom aan conclusie 6 geeft de juiste is. De rechtbank volgt Broadcom namelijk niet in haar stelling dat de enkele afhankelijkheidsrelatie tussen
prediction modeen
partition mode, voldoende is om tot de conclusie te komen dat zij onderdeel uitmaken van dezelfde
binary tree. De vakpersoon zal, naar het oordeel van de rechtbank, een
binary treezoals bedoeld in het octrooi beschouwen als (een middel om) een
code book(tot stand te brengen), binaire representaties van de mogelijke waardes van een
syntax element, en niet, zoals Broadcom soms lijkt te willen betogen, als een beslisschema of decoderingsproces. De afhankelijkheidsrelaties tussen verschillende syntaxelementen volgt ook niet uit de binarisatie daarvan, maar uit de syntax, zoals weergegeven in de syntax tabellen (zoals hieronder (nogmaals) afgebeeld) en in het bijzonder het gebruik van
operatorszoals “if” en “else”:
4.20.
De functie van het binarisatieproces – en de in dat verband gebruikte
binary trees– is derhalve niet meer dan het weergeven van de uitkomst van het coderingsproces overeenkomstig de syntax in een
bin stringvan enen en nullen zodat er uiteindelijk een bitstream (waarin de bin string verder wordt gecodeerd) kan worden gegenereerd om dataopslag en -communicatie mogelijk te maken.
4.21.
Tegen deze achtergrond begrijpt de rechtbank conclusie 6 van het octrooi aldus dat wordt gedoeld op een enkel binarisatieproces dat met toepassing van een
single binary treeresulteert in een
bin stringdie bestaat uit twee
sets of bin strings, zoals dat ook is verwoord door de deskundige van Broadcom, prof. De With.
4.22.
Voor de beoordeling van de inbreukvraag, is dan met name relevant hoe de syntaxelementen die betrekking hebben op de
prediction modeen de
partition modevolgens de standaard worden gedecodeerd en of daarbij sprake is van de toepassing van een
single binary tree. Om vast te stellen of Netflix de kenmerken van conclusie 6 toepast, zal de rechtbank de relevante stappen voor het (de)coderen van de video bestanden bespreken, zoals die blijken uit de standaard.
De binarisatie vanprediction mode
4.23.
Blijkens de standaard, wordt in het geval van P- en B-slices, de
prediction mode(MODE_INTRA vs. MODE_INTER) gesignaleerd door middel van het syntax element pred_mode_flag.
4.24.
Het binarisatieproces van toepassing is op het syntax element pred_mode_flag is FL (fixed length), waarbij cMax=1. Dit betekent dat de binarisatie steeds één bin lang is, oftewel een “0” of een “1”.
De binarisatie van departition mode
4.25.
De
partition modewordt gesignaleerd door het syntax element part_mode.
De binarisatie van het syntax element part_mode wordt voorgeschreven in onderdeel 9.3.3.7
4.26.
Welke binarisatie moet worden gekozen om de
partition modete coderen, is blijkens tabel 9-45, afhankelijk van meerdere factoren:
of CuPredMode gelijk is aan MODE_INTRA, dan wel MODE_INTER (oftewel welke
prediction modeis toegepast)
of Log2CbSize > (groter is dan) MinCbLogSizeY, dan wel of Log2CbSize = = (gelijk is aan) MinCbLogSizeY (oftewel of de kleinste toegestane coding unit wordt toegepast)
in de gevallen dat Log2CbSize > MinCbLogSizeY (dus groter dan de kleinste toegestane CU), of asymmetrische partitie is toegestaan (“amp_enabled_flag”, dan wel “!amp_enabled_flag”).
In de gevallen dat Log2CbSize == MinCbLogSizeY (gelijk aan de kleinste toegestane CU), of de kleinste toegestane CU gelijk is aan log2CbSize=3 (oftewel 8x8 pixels), dan wel groter (bijvoorbeeld log2CbSize=4, 16x16 pixels).
4.27.
Met Netflix is de rechtbank van oordeel dat het hiervoor beschreven proces volgens de HEVC standaard meebrengt dat er geen sprake is van een
single binary treevoor het afzonderlijk binariseren van de
prediction modeen de
partition mode.
4.28.
Uit de standaard, en uit de verklaring van prof. [naam 3] van 11 juli 2023, blijkt dat sprake is van twee aparte binarisatieprocessen voor enerzijds de prediction mode en anderzijds de partition mode. Pred_mode_flag, waaruit de
prediction modewordt afgeleid, wordt gebinariseerd in een enkele
binmet de waarde 1 of 0 (tabel 9-43 in combinatie met onderdeel 9.3.3.5), terwijl part_mode wordt gebinariseerd overeenkomstig tabel 9-45. Prof. [naam 3] heeft verklaard, en dit is niet weersproken, dat deze waarden separaat van elkaar in de volgende coderingsstap met behulp van CABAC worden omgezet in
bitsten behoeve van de
bitstream.
4.29.
Bovendien schrijft de standaard voor dat “pallete_mode_flag” wordt gecodeerd tussen pred_mode_flag en part_mode in.
Hoewel het niet noodzakelijk is pallete_mode_flag op te nemen in de
bitstream– de standaard voorziet in het weglaten van pallette_mode_flag en dit gebeurt in de praktijk ook vaak – is dit nog een aanwijzing dat de standaard niet uitgaat van de
single binary treezoals die door Broadcom naar voren is gebracht. Voor de stelling dat de vakpersoon de in de standaard toegepaste binarisaties zal opvatten als een
binary treedie uit meerdere
sub binary treesbestaat, zoals door Broadcom gesteld en geoordeeld door het Landgericht München op 14 september 2023, ziet de rechtbank geen basis.
4.30.
De conclusie moet zijn dat de standaard niet voorschrijft dat
prediction modeen
partition modeworden gebinariseerd met toepassing van een
single binary treezoals geclaimd in het octrooi. Daarmee is niet komen vast te staan dat Netflix inbreuk maakt op EP 366 zodat de daarmee verband houdende vorderingen van Broadcom worden afgewezen. De reconventionele vorderingen behoeven, gezien hun voorwaardelijke karakter, geen behandeling.
De proceskosten
4.31.
Netflix heeft kosten gespecificeerd tot een bedrag van in totaal € 109.625,05 waarvan € 960.906,50 aan honorarium, € 45,086.85 aan deskundigen en € € 676,00 aan griffierechten. Zij heeft betoogd dat een vergoeding van € 475.000,- redelijk en evenredig is.
4.32.
Broadcom heeft betoogd dat er in deze procedure geen aanleiding is om af te wijken van de Indicatietarieven in Octrooizaken, zodat een maximale vergoeding van € 250.000,- geïndiceerd is.
4.33.
De rechtbank zal in deze zaak aansluiting zoeken bij de Indicatietarieven. De conventie en reconventie vallen, voor zover zij zien op inbreuk en geldigheid, volledig met elkaar samen. De rechtbank kwalificeert dat als een zeer complexe zaak, waarvoor een maximum tarief geldt van € 250.000,- . Het FRAND verweer beschouwt de rechtbank in het kader van de kostenveroordeling als een separate procedure, die kwalificeert als een complexe zaak, waarvoor een maximum geldt van € 150.000,-. Het maximale geïndiceerde tarief bedraagt daarmee € 400.000,-. Dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de verschotten en griffierechten ad € 45.762,85.

5.De beslissing

De rechtbank
In conventie
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Broadcom in de proceskosten, aan de zijde van Netflix begroot op € 445.672,85,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
In voorwaardelijke reconventie
Verstaat dat de voorwaardelijke vorderingen in reconventie geen behandeling behoeven.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, mr. E. Brinkman en mr. A. Hooiveld en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
BIJLAGE A

Voetnoten

1.Eiser heeft niet doorgenummerd vanaf het incident. Voor zover in dit vonnis wordt verwezen naar de producties EP 14 tot en met EP 19, wordt gedoeld op de producties bij de conclusie van antwoord in reconventie, tenzij anders vermeld.
2.Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
3.Verklaring prof. [naam 3] d.d. 5 april 2023
4.​Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
5.Enlarged Board of Appeal, 18 Juni 2025, G 1/24
6.HR 5 februari 2016, ECLI:HR:2016:196 (Bayer/Sandoz), HR 4 april 2014, ECLI:HR:2014:816 (Medinol/Abbott)
7.HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:854 (Resolution/AstraZeneca), rov. 3.4.2 en 3.4.3