ECLI:NL:RBDHA:2025:24118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf voor Turkse zelfstandige bevestigd
Eiser, een Turkse zelfstandige, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als zelfstandige te werken bij een Nederlands bedrijf. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende documenten had overgelegd om aan te tonen dat zijn werkzaamheden een wezenlijk Nederlands economisch belang dienen, zoals vereist in het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire.
Eiser voerde aan dat hij een volledig onderbouwd ondernemingsplan had ingediend en dat de minister ten onrechte zelf de inhoudelijke beoordeling deed zonder de aanvraag aan de minister van Economische Zaken voor te leggen. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om de aanvraag met de benodigde stukken te onderbouwen en dat verweerder terecht had vastgesteld dat het ondernemingsplan onvolledig en ongedateerd was, met ontbrekende marktanalyses en financiële onderbouwing.
Verder stelde eiser dat de afwijzing in strijd was met de standstillbepaling van het Aanvullend Protocol en het discriminatieverbod van de Associatieovereenkomst. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat het documentatievereiste al sinds 1973 geldt en niet strenger werd toegepast.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat het terecht was dat verweerder afzag van een hoorzitting in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en eiser onvoldoende inspanningen had verricht om ontbrekende stukken te leveren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand bleef.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens onvoldoende onderbouwing van het wezenlijk Nederlands economisch belang.