ECLI:NL:RBDHA:2025:24133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde vrijheidsontnemende maatregel bij PTSS-patiënte met hulphond
Eiseres, een Amerikaanse burger met PTSS en een hulphond, kreeg op 27 oktober 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde dat haar medische situatie en het feit dat haar hulphond niet mee kon naar het aanmeldcentrum onvoldoende in het besluit waren meegenomen.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit onjuist vermeldde dat eiseres geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die de maatregel onevenredig bezwarend maakten, terwijl uit het proces-verbaal bleek dat eiseres haar PTSS en de aanwezigheid van haar hulphond had gemeld. Deze omstandigheden waren niet adequaat gemotiveerd in het besluit, waardoor het besluit onvoldoende inzicht gaf in de belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanaf het moment van opleggen en kende eiseres een schadevergoeding toe van €800,- voor acht dagen onrechtmatige tenuitvoerlegging. Tevens werden de proceskosten van €1.814,- aan eiseres toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering van de maatregel en kent een schadevergoeding van €800,- toe.