5.3.Ingevolge artikel 5.6 van de planregels kan het bevoegd gezag afwijken toestaan van het in lid 5.5, onder a, genoemde percentage ten behoeve van horeca-inrichtingen als bedoeld in categorie ‘licht’, mits daarmee het percentage van 20% binnen alle bestemmingsvlakken in Gemengd-1, niet wordt overschreden.
6. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn handhavingsverzoek. Eiser voert aan dat tenminste [bedrijf 1] , maar ook [bedrijf 2] , in strijd met artikel 5.5, onder a, van de regels van het bestemmingsplan zijn gevestigd. Dit artikelonderdeel moet volgens eiser zo worden uitgelegd dat de 20% toegestane horeca in de categorie ‘licht’ moet worden bepaald aan de hand van een optelsom van alle panden binnen bestemmingsvlak ‘Gemengd-1’, in elke categorie horeca. In dit verband heeft eiser gewezen op een brief van voormalig wethouder Kool van 21 juni 2013 en het horecabeleid van Den Haag. Dat betekent volgens eiser dat ook de aanwezige horecagelegenheden in de categorie ‘middelzwaar’ en ‘zwaar’ in het bestemmingsvlak Gemengd-1 meegeteld moeten worden in de 20%. Concreet betekent dit volgens eiser dat ‘ [bedrijf 3] ’ en ‘ [bedrijf 4] ’, beide gevestigd in bestemmingsvlak Gemengd-1 op de Denneweg en beide in de categorie ‘zwaar’, worden meegeteld bij het bepalen van de 20%. Daarmee wordt het percentage van 20% lichte horeca in het bestemmingsvlak overschreden, zodat er geen ruimte meer was voor vestiging van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . Volgens eiser geeft het college bewust een onjuiste uitleg aan artikel 5.5, onder a, van de planregels en wordt het verkeerd toegepast. Dit geldt volgens eiser ook voor de horecazaak op de [adres 2] , waarover hij ook al enkele jaren procedures voert.
7. Het college stelt zich op het standpunt dat zowel [bedrijf 2] als [bedrijf 1] legaal zijn gevestigd zodat er geen sprake is van een overtreding waartegen handhavend opgetreden kan worden. Voor de horecazaak [bedrijf 2] heeft het college op 1 maart 2018, in afwijking van het bestemmingsplan, een omgevingsvergunning verleend voor een horecagelegenheid in de categorie ‘middelzwaar’. Die omgevingsvergunning is in rechte onaantastbaar geworden. Ten aanzien van [bedrijf 1] is volgens het college ook geen sprake van een overtreding. [bedrijf 3] en [bedrijf 4] mogen in het bestemmingsvlak zijn gevestigd op grond van artikel 5.5, onder b, van de planregels. Op het moment van vestiging van [bedrijf 1] in 2016 was op deze locatie de op basis van artikel 5.5, onder a, toegestane 20% horeca in de categorie ‘licht’ nog niet bereikt, zodat geen sprake is van vestiging van horeca in strijd met het bestemmingsplan. De 20% geldt volgens het college alleen voor het aantal horecazaken in de categorie ‘licht’ en niet voor de categorie ‘middelzwaar’ of ‘zwaar’.
8. De rechtbank stelt voorop dat het college alleen bevoegd is om handhavend op te treden als vaststaat dat sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan.