ECLI:NL:RBDHA:2025:24142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielverzoek grootmoeder op grond van artikel 8 EVRM wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een vrouw met de Venezolaanse en Syrische nationaliteit, diende op 14 juni 2022 een asielaanvraag in nadat zij vanuit Venezuela naar Nederland was gekomen om bij haar dochter en kleinkinderen te verblijven. De minister wees de aanvraag af op grond van artikel 8 EVRM Pro, stellende dat er geen sprake was van hechte persoonlijke banden en dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitviel.
De rechtbank oordeelt dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij gedurende 1,5 jaar in Venezuela heeft samengewoond met haar kleinkinderen en voor hen heeft gezorgd, wat duidt op hechte persoonlijke banden. Tevens is vastgesteld dat er een objectieve belemmering bestaat omdat haar dochter met asielstatus niet met de kinderen naar Venezuela kan reizen.
De belangenafweging door de minister is onvoldoende omdat niet alle relevante feiten en omstandigheden, zoals de verklaringen van schoolmedewerkers en de zorgfunctie van eiseres, zijn betrokken. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op een nieuwe belangenafweging te maken binnen tien weken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe belangenafweging te maken binnen tien weken.