4.4.Op 20 september 2021 hebben eisers het college verzocht om een tegemoetkoming van planschade. De schade bestaat volgens eisers uit waardevermindering van hun perceel als gevolg van het vervallen van die extra bouwvlakken en daarmee de mogelijkheid om daarop een hoofdgebouw/woning te bouwen door de vaststelling van het [bestemmingsplan 1] .
5. Het college heeft naar aanleiding van het bezwaar van eisers adviesbureau [adviesbureau] om advies gevraagd. [adviesbureau] heeft op 5 december 2023 een advies uitgebracht. Daarin is geconcludeerd dat eisers door de hierboven beschreven planologische wijziging nadeel ondervinden in de vorm van waardevermindering van hun perceel. De taxateur heeft de waarde van het perceel op 16 juli 2020, de datum waarop het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, getaxeerd op een bedrag van
€ 670.000,-. De waarde direct daarvoor, onder het daarvoor geldende bestemmingsplan, is getaxeerd op een bedrag van € 790.000,-. De totale waardedaling als gevolg van de planologische wijziging bedraagt daarom € 120.000,-. Geadviseerd is om een tegemoetkoming in geleden planschade toe te kennen tot een bedrag van € 96.300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij is geadviseerd om wegens normaal maatschappelijk risico een korting van 3% te hanteren. Dat heeft als gevolg dat een bedrag van € 23.700,- in mindering wordt gebracht op de waardedaling van € 120.000,-.
6. Het college heeft het advies van [adviesbureau] bij de heroverweging in bezwaar betrokken en heeft eisers in het bestreden besluit een tegemoetkoming van € 80.500,- toegekend. Het college heeft daarbij in afwijking van het advies van [adviesbureau] en in navolging van het advies van de bezwarencommissie, wegens het normaal maatschappelijk risico een korting van 5% toegepast, waardoor een bedrag van € 39.500,- op de geleden schade in mindering is gebracht.
7. Eisers betogen dat het wegbestemmen van bouwvlakken in een woongebied op gronden met een woonbestemming in zijn algemeenheid geen normale maatschappelijke ontwikkeling is. Het college heeft in het bestreden besluit ten onrechte niet gemotiveerd waarom dat wel zo is. Eisers hebben ter onderbouwing gewezen op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 15 december 2021.Een korting wegens normaal maatschappelijk risico is volgens eisers dus helemaal niet aan de orde. Verder betogen eisers dat het college, als er al een drempel toegepast mag worden, onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een drempel van 5% mag worden toegepast. Tot slot betogen eisers dat de aard en omvang van het nadeel voor eisers zo groot is dat het normaal maatschappelijk risico op nihil vastgesteld moet worden.
Het standpunt van het college
8. Het college vindt dat 5% van de geleden schade tot het maatschappelijke risico gerekend moet worden dat eisers behoren te dragen, omdat het in de lijn der verwachting lag dat de in het [bestemmingsplan 3] opgenomen bouwmogelijkheid op het perceel van eisers zou worden ingetrokken. Die extra bouwmogelijkheid voor een hoofdwoning met goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter past volgens het college in geen enkel opzicht in de ruimtelijke structuur van de omgeving. Volgens het college is deze bouwmogelijkheid onbedoeld ontstaan door een fout in het bestemmingsplan uit 2013, is de bouwmogelijkheid per toeval ontdekt en was de bouwmogelijkheid voor alle betrokkenen een verrassing. De bouwmogelijkheid past ook niet in het jarenlange gevoerde ruimtelijk beleid van de gemeente.
De korting van 5% wegens normaal maatschappelijk risico
9. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eisers als gevolg van de vaststelling van het [bestemmingsplan 1] , schade hebben geleden in de vorm van waardedaling van hun perceel. Ook is tussen partijen niet in geschil dat de waardedaling € 120.000,- bedraagt. Ter beoordeling ligt voor of het college een korting wegens normaal maatschappelijk risico van 5% heeft kunnen toepassen.