ECLI:NL:RBDHA:2025:24146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijf wegens onmogelijkheid vaststelling familierechtelijke relatie door ontbrekend DNA-onderzoek
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor verblijf bij hun zoon en broer (referent), die een verblijfsvergunning heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat de familierechtelijke relatie niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van DNA-onderzoek, aangezien eisers niet beschikbaar zijn voor dit onderzoek vanwege detentie in Eritrea.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen en dat het niet aannemelijk is dat de ouders van de referent op korte termijn vrijkomen, waardoor de beoordeling niet langer hoeft te worden aangehouden. Eisers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het niet aan hen ligt dat zij niet beschikbaar zijn, maar dit ontslaat hen niet van de noodzaak van DNA-onderzoek.
De rechtbank wijst ook het verzoek af om prejudiciële vragen te stellen over de leeftijd van de referent bij een eventuele volgende aanvraag. De vraag kan in een opvolgende aanvraag worden behandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor verblijf blijft in stand.