7.3Het oordeel van de rechtbank
Materiële en toekomstige schade
Benadeelde partij [aangever]
De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op het eigen risico, de huishoudelijke hulp en de toekomstige schade, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering is namens de verdachte (gemotiveerd) betwist en namens de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Uit de namens de benadeelde partij overgelegde stukken is niet gebleken dat het eigen risico door dit incident is verbruikt. Tevens heeft de rechtbank niet met de benodigde mate van zekerheid kunnen vaststellen welke specifieke taken in het huishouden de benadeelde partij niet heeft kunnen verrichten. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post ziekenhuisdaggeld, is namens de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag, te weten € 76,-.
Benadeelde partij [aangeefster 3]
De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op het eigen risico en de toekomstige schade, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering is namens de verdachte (gemotiveerd) betwist en namens de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Uit de namens de benadeelde partij overgelegde stukken is niet gebleken dat het eigen risico door dit incident is verbruikt. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Benadeelde partij [aangeefster 2]
De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de toekomstige schade, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering is namens de verdachte (gemotiveerd) betwist en namens de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Benadeelde partij [aangeefster 1]
De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de toekomstige schade, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering is namens de verdachte (gemotiveerd) betwist en namens de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de extra rijlessen en het gemiste rijexamen, is namens de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid (artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek), omdat de omvang van de geleden (materiële) schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld en de gevorderde schade de rechtbank hoog voor komt. Zij acht het aannemelijk dat het ten laste gelegde feit als gevolg heeft gehad dat de benadeelde partij enige vertraging heeft gelopen in het opleidingstraject voor haar rijbewijs. De rechtbank kan echter niet vaststellen in hoeverre de door de benadeelde partij gevorderde rijlessen geen onderdeel uitmaken van het reguliere opleidingstraject. Zij stelt de schade vast op € 1.500,-.
Immateriële schade
Benadeelde partij [aangever]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 15.000,- . De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Benadeelde partij. [aangeefster 3]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 10.000,- . De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Benadeelde partij [aangeefster 2]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. Gelet op wat door de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 10.000,- . De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Benadeelde partij [aangeefster 1]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 8.000,- . De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Wettelijke rente
De rechtbank zal ten aanzien van alle vorderingen de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 31 mei 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenvergoeding
Nu de vorderingen (gedeeltelijk) worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan de schadevergoedingen worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de wettelijke rente over de toegewezen schadebedragen en de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partijen heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of wettelijke rente en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partijen hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregelen (hoofdelijk)
De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partijen aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van:
- € 15.076,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald
- € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster 3] ;
- € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster 2] ;
- € 9.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster 1] .