3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1700-2025184350, van de politie eenheid Rotterdam, district Rijnmond-Noord, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 304).
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 4 december 2025, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik bij de overval was betrokken. We hebben gewacht bij de woning van die meneer totdat hij thuis kwam. Ik heb het wapen gekregen voordat we de auto uitstapten en naar de woning toeliepen. Ik liep voorop. Die meneer had zijn auto geparkeerd. Hij wilde naar binnen gaan en de deur dichtdoen. Ik heb toen de deur opengetrapt. Ik heb die meneer vastgepakt en met hem geworsteld in de gang. Ik heb gezien dat [medeverdachte] die meneer heeft geslagen, ook met de zaklamp. We hebben beide gevraagd of hij geld of een kluis in huis had. Die meneer heeft € 380,- aan mij afgegeven tijdens de worsteling en dat heb ik in mijn zak gedaan.
2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 1 juni 2025, voor zover inhoudende (p. 105-106):
Ik woon aan het [adres 2] te Schiedam. Ik was op 31 mei 2025 omstreeks 00:15 uur thuis. Ik haalde mijn voordeur van slot en opende deze. Ik liep mijn gang in en draaide mij om naar de voordeur toe om deze dicht en op slot te doen. Terwijl ik de deur dicht wilde duwen voelde ik dat mijn voordeur met kracht werd opengeduwd. Ik zag direct twee mannen in mijn deuropening staan en ik zag dat een van de mannen een vuurwapen in zijn hand had. Ik zag dat het vuurwapen op mij gericht was. Ik hoorde de mannen direct om geld schreeuwen. Dat wapen was op mijn hoofd gericht. Terwijl ik in een soort van worsteling raakte kreeg ik van de andere man meerdere klappen op mijn hoofd. Ik zag dat de man die mij sloeg dit deed met een grote zaklantaarn. Ze bleven maar om geld schreeuwen. Ik riep terug naar ze: "Ik heb geld". Ik had 370 euro aan kasgeld bij mij en een paar vijfjes van mijzelf. Ik gaf het geld aan ze. Ik hoorde ze toen roepen om een kluis. Terwijl dit allemaal gebeurde werd ik getiewrapped en werd mijn mond dicht getaped. Dit deed de jongen die mij sloeg. Ik zag die jongen vervolgens naar de bovenverdieping gaan en zag dat de jongen die mij sloeg mijn vrouw de woonkamer in sleurde. Ik zag dat hij haar handen vastbond en haar mond dicht tapte. Ik zag vervolgens dat hij weer naar de bovenverdieping liep en vervolgens met mijn jongste dochter de woonkamer in liep. Ik zag dat hij haar handen ook vast bond en haar mond dicht tapte. Ik werd toen ook de woonkamer in gesleurd. Die twee jongens bleven schreeuwen om geld en om de kluis. Ik werd weer geslagen. Op een gegeven moment voelde ik een hele harde klap en ben ik out gegaan.
3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , opgemaakt op 31 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 119):
De verdachten schreeuwden tegen mij "Wil je ook een kogel door je hoofd, hou je bek." Ik kreeg toen ook een klap op mijn linkerschouder. Ik werd geslagen met iets van een lantaarn. Zij schreeuwden dat ik mijn handen voor mij moest houden, en toen zijn mijn handen vastgebonden met een tierap en mijn mond afgeplakt met zwarte plakband. Eén van die mannen ging toen naar boven om geld te zoeken.
4. Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] , opgemaakt op 31 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 122):
De man die mij uit mijn kamer haalde bond mijn handen vast en tapte mijn mond dicht.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 31 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 29-31):
Ik, verbalisant [verbalisant] , verklaar het volgende:
Op 31 mei 2025 hoorde ik dat er eenheid de opdracht kreeg te gaan naar de [adres 2] te Schiedam alwaar er zich een woningoverval zou hebben voor gedaan. Derhalve stemde ik af om de namen te noteren van de inwonende aan het [adres 2] te Schiedam. Ik sprak met een vrouw die mij opgaf genaamd te zijn: [aangeefster 3] . Zij gaf mij aan dat de andere inwoners genaamd waren: [aangever] , [aangeefster 1] en [aangeefster 2] .
Ik sprak met [aangeefster 1] , zij vertelde mij in het kort het volgende:
‘’Ik zag dat een van de mannen mijn man sloeg. Ik zag dat de andere man met een pistool naar mij toe kwam. Ik zag dat hij het pistool naast mijn hoofd hield. Ik hoorde hem zeggen: "Wil je dat ik je dood schiet?"’’
6. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 29 september 2025, voor zover inhoudende (p. 280)
Ik wist dat we de overval gingen plegen. Dat er geweld bij komt kijken, is bij een woningoverval niet vreemd.