Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 29 augustus 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de opvolgende asielaanvraag van verzoeker als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
In de uitspraak met zaaknummer NL25.42992 is reeds op het beroep beslist waarop dit verzoek betrekking had. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 15 december 2025 door de voorzieningenrechter M.J. Paffen en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.