Uitspraak
1.[gedaagden sub 1],
2.
[gedaagden sub 2],
3.
[gedaagden sub 3],
4.
[gedaagden sub 4],
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag op 6 oktober 2025 uitspraak gedaan in een kort geding over de ontruiming van een studentenwoning. De eiser, een verhuurder, vorderde ontruiming van de woning door de gedaagden, die als huurders werden aangeduid. De eiser stelde dat er geen spoedeisend belang was bij de gedaagden, omdat zij zonder zijn toestemming nieuwe huurders hadden aangesteld. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de gedaagden hun huurverplichtingen niet zouden nakomen en dat er geen spoedeisend belang was. De kantonrechter heeft ook het recht van coöptatie besproken, waarbij huurders zelf nieuwe huurders kunnen aanwijzen. De kantonrechter oordeelde dat de eiser onvoldoende feiten had aangedragen om de betwisting van het recht van coöptatie te onderbouwen. De vorderingen van de eiser werden afgewezen, en hij werd veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden, die op € 949,00 werden vastgesteld. De uitspraak is openbaar gemaakt op 6 oktober 2025.