ECLI:NL:RBDHA:2025:24187
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Zweden
Verzoeker, van Ugandese nationaliteit, had een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat volgens het Dublin-verdrag Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 12 december 2025 en sloot het onderzoek op 16 december 2025.
De rechtbank oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de hoofdzaak reeds was beslist in zaaknummer NL25.42565. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en Zweden verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.