ECLI:NL:RBDHA:2025:24188
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid op basis van UWV-advies
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid bij een werkgever. De aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen op basis van een advies van het UWV, dat concludeerde dat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Eiser voerde aan dat het UWV-advies onzorgvuldig was en dat het aantal werkzoekenden niet actueel was. Ook stelde hij dat de gestelde arbeidsvoorwaarden niet overeenkwamen met het gevraagde loon en dat de functie-eisen onduidelijk waren. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV-advies zorgvuldig en inhoudelijk onderbouwd was en dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan het UWV-advies te twijfelen en dat de minister terecht de aanvraag had afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt ongegrond verklaard.