ECLI:NL:RBDHA:2025:24188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
AWB 25/3075
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.31 VbArt. 8 WavArt. 9 Wav
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid op basis van UWV-advies

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid bij een werkgever. De aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen op basis van een advies van het UWV, dat concludeerde dat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).

Eiser voerde aan dat het UWV-advies onzorgvuldig was en dat het aantal werkzoekenden niet actueel was. Ook stelde hij dat de gestelde arbeidsvoorwaarden niet overeenkwamen met het gevraagde loon en dat de functie-eisen onduidelijk waren. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV-advies zorgvuldig en inhoudelijk onderbouwd was en dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd.

De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan het UWV-advies te twijfelen en dat de minister terecht de aanvraag had afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/3075

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Selçuk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. De aanvraag is ingediend voor het doel ‘Arbeid in loondienst’ bij ‘ [werkgever] B.V.”. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 3 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 januari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
4. De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van verweerder en mr. T.A. Meijer de gemachtigde van het UWV. [1]
5. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

6. Het verschil van mening gaat over de vraag of verweerder terecht de aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid heeft afgewezen en heeft gebaseerd op artikel 3.31, eerste lid, van het Vb [2] en de artikelen 8, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d. en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wav. [3]
7. Verweerder heeft zijn standpunt gebaseerd op een advies van het UWV van 19 december 2024. Dat advies bouwt voort op het advies van 6 augustus 2024. Eiser acht dat advies onzorgvuldig, omdat het daarin opgenomen getal van 109 werkzoekenden [4] geen actuele werkzoekenden betreft in de buurt van het bedrijf. Het uitgangspunt in dit soort zaken is dat het advies van het UWV een deskundigenadvies is en dat mag ten grondslag worden gelegd aan het besluit van de IND. [5] Voorwaarde is dat verweerder zich ervan vergewist dat het advies – naar wijze van totstandkoming – zorgvuldig is en – naar inhoud –
inzichtelijk en concludent. Dan mag verweerder afgaan op het advies, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van dat advies.
8. In dit geval is sprake van een uitvoerig advies waarin is onderbouwd waarom niet is voldaan aan de voorwaarden van de Wav. In beroep is slechts gemeld dat het cijfer van 109 werkzoekenden niet actueel is en dat het niet gaat om mensen die in de buurt van het bedrijf wonen. De situatie voorafgaande en ten tijde van het bestreden besluit is echter beslissend. De rechtbank kijkt niet naar de situatie op dit moment. [6] Verder zouden eventuele werknemers in de buurt van het bedrijf moeten wonen. Dat is geen vereiste van de Wav. Daarmee kan eiser het advies van het UWV dan ook niet aantasten. Eiser ontkent dat er mogelijke kandidaten zijn, maar hij heeft deze stelling niet met stukken onderbouwd. Ook heeft eiser niet onderbouwd dat er voldoende is gezocht naar werknemers.
9. Verder is tegengeworpen dat de gestelde arbeidsvoorwaarden niet in overeenstemming zijn met het gevraagde loon. Dat staat in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wav. Eiser heeft niet aangevoerd waarom dat onjuist is. Als functie-eis is gesteld dat een werknemer de Engelse taal moet beheersen. Echter onduidelijk is waarom beheersing van de Nederlandse taal niet voldoende is. Daarnaast wordt gevraagd om minimaal drie jaar werkervaring. Daarvan zegt het UWV dat minimaal twaalf maanden werkervaring voldoende is. Eiser stelt dat meer werkervaring nodig is voor het werk als autoschadehersteller, maar hij heeft ook deze stelling niet onderbouwd.
10. De rechtbank concludeert dat er geen concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies van het UWV. Verweerder heeft daarom de aanvraag van eiser terecht afgewezen op grond van het advies van het UWV. Artikel 8, eerste lid, aanhef, en onder a tot en met d, en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wav zijn terecht door verweerder aan eiser tegengeworpen.
11. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan in het openbaar op 4 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en het proces-verbaal ervan is geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.
2.Vreemdelingenbesluit 2000.
3.Wet arbeid vreemdelingen.
4.Het prioriteitgenietend aanbod, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wav.
5.Immigratie- en Naturalisatiedienst.
6.Het bestreden besluit wordt ‘ex-tunc’ getoetst.