ECLI:NL:RBDHA:2025:2420
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van verweerder tot beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering en de terugvordering van te veel ontvangen bedragen. Verzoeker stelt dat hij nog steeds arbeidsongeschikt is en in een schrijnende financiële situatie verkeert, met huurachterstand en geen inkomen. Hij heeft een bijstandsaanvraag lopen, maar deze is nog niet toegekend.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen spoedeisend belang slechts snel aanwezig is indien sprake is van onomkeerbare situaties of acute financiële nood. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat hij niet kan overbruggen tot de beslissing op zijn bijstandsaanvraag en heeft slechts een brief over huurachterstand overgelegd. Verzoeker is bovendien niet verschenen op meerdere uitnodigingen voor een spreekuur bij de verzekeringsarts.
Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om arbeidsongeschiktheid vast te stellen. De voorzieningenrechter acht het verzoek kennelijk ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.