ECLI:NL:RBDHA:2025:24211
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huishoudelijke ondersteuning Wmo
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de indicatie 'midden', de leveringsvorm en de duur van de toegekende huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden heeft de indicatie gehandhaafd en verzoeker is tegen dit besluit in beroep gegaan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat er geen spoedeisend belang bestaat. Verzoeker ontvangt momenteel ondersteuning met indicatie 'midden', die zowel lichte als zware huishoudelijke taken omvat. Het college monitort de ondersteuningsbehoefte en stelt deze zo nodig bij. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de huidige voorziening ontoereikend is.
Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen indien het bestreden besluit evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter ziet geen aanwijzingen dat het besluit evident onrechtmatig is, mede gelet op de toelichting van het college over de indicatie en de mogelijkheid tot herindicatie na 31 december 2025.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de toegekende voorziening van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang; de huidige huishoudelijke ondersteuning blijft van kracht.