ECLI:NL:RBDHA:2025:24212

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
25/1014
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag langdurige zorg op basis van Wlz; beoordeling zorgbehoefte en noodzaak tot permanent toezicht

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025, wordt de afwijzing van een aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeeld. Eiser, geboren in 1972, heeft een combinatie van lichamelijke en psychische aandoeningen, waaronder sarcoïdose, longklachten, hartklachten, diabetes, fibromyalgie, en een gegeneraliseerde angststoornis. De rechtbank oordeelt dat het CIZ terecht heeft besloten dat eiser niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg, omdat er geen blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid is vastgesteld. De rechtbank concludeert dat de zorgbehoefte van eiser kan worden gecompenseerd met planbare zorg, mits deze voldoende gestructureerd beschikbaar is.

Eiser had eerder een aanvraag ingediend die door het CIZ op 18 juli 2024 werd afgewezen. Na bezwaar bleef het CIZ bij zijn beslissing. Tijdens de zitting op 18 november 2025 werd de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van eiser via een beeldverbinding aanwezig was. De rechtbank heeft de medische adviezen van het CIZ en de psychiater van eiser in overweging genomen, maar concludeert dat de zorgbehoefte niet voldoet aan de strenge eisen voor Wlz-indicatie. De rechtbank wijst erop dat de huidige zorgbehoefte van eiser kan worden ondervangen door zorg op vaste momenten en dat er geen noodzaak is voor permanent toezicht.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. De rechtbank benadrukt dat, mocht de situatie van eiser in de toekomst verslechteren, hij een nieuwe aanvraag kan indienen met actuele medische informatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1014

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. drs. A. Jajairam),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), het CIZ

(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eiser in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ de aanvraag terecht heeft afgewezen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 18 juli 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 februari 2025 op het bezwaar van eiser is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiser deelgenomen via een beeldverbinding. De gemachtigde van het CIZ was in persoon op de zitting aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser, geboren in 1972, is bekend met een combinatie van lichamelijke en psychische problematiek. Op lichamelijk gebied is bij eiser sprake van sarcoïdose, longklachten, hartklachten, diabetes, fibromyalgie en een nekhernia. Op psychisch vlak zijn bij eiser een gegeneraliseerde angststoornis en een ongespecificeerde depressieve stemmingsstoornis vastgesteld.
3.1.
Eiser heeft op 14 juni 2024 een aanvraag ingediend voor zorg vanuit de Wlz. Op 18 juli 2024 heeft er een huisbezoek plaatsgevonden. Het CIZ heeft de aanvraag vervolgens afgewezen met het primaire besluit.
3.2.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het CIZ heeft een concept beslissing op bezwaar voor advies aan het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) voorgelegd. Het Zorginstituut heeft geen aanleiding gezien om in het geval van eiser een advies uit te brengen.
3.3.
In de bezwaarfase heeft het CIZ nader onderzoek verricht. Er is een advies gevraagd aan [naam 1] (de medisch adviseur). Dit heeft geleid tot het medisch advies van 24 december 2024.
3.4.
Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het CIZ heeft hieraan ten grondslag gelegd dat uit het medisch advies volgt dat bij eiser geen sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De grondslagen somatische aandoening en psychische stoornis zijn aan de orde. Als gevolg van zijn aandoeningen heeft eiser veel pijn, energieverlies, een sombere stemming en veel angsten. Hierdoor ervaart eiser beperkingen op het gebied van bewegen en verplaatsen, Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), huishoudelijke taken, persoonlijke verzorging en het behouden van een dagstructuur. Deze zorgbehoefte kan worden ondervangen met zorg op vaste momenten en zo nodig zorg op afroep. Op basis van de huidige gegevens kunnen geen ernstige regieproblemen worden vastgesteld waarvoor voortdurende begeleiding of overname van de taken nodig is. Ondanks zijn psychische klachten wordt eiser in staat geacht zijn zorgbehoefte zelf te overzien en hulp te kunnen in roepen wanneer nodig, aldus het college. Al met al oordeelt het CIZ dat eiser niet voldoet aan de toegangscriteria voor de Wlz, en dat hij is aangewezen op zorg uit andere domeinen, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
Wat oordeelt de rechtbank?
Is de beslissing op bezwaar te laat genomen?
4. Eiser voert allereest aan dat het CIZ niet conform artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft beslist op het bezwaar. Dit heeft directe gevolgen gehad voor de gezondheid en het welzijn van eiser.
4.1.
Op grond van artikel 10.3.1, vijfde lid, van de Wlz wordt, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid van de Wlz, wanneer advies wordt gevraagd aan het Zorginstituut, een beslissing op bezwaar genomen binnen 21 weken gerekend vanaf de dag waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. Dit betekent dat de termijn waarbinnen een besluit moest worden genomen tot 24 januari 2025 liep. De beslissing op bezwaar is van 4 februari 2025.
4.2.
Weliswaar is niet binnen de voorgeschreven termijn beslist op het bezwaar, maar dit verzuim leidt niet tot gegrondverklaring van het beroep. De Awb biedt de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen het niet-tijdig beslissen. Hiervan heeft eiser geen gebruik gemaakt. Nu eiser beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar ziet de rechtbank geen aanleiding om nog consequenties te verbinden aan het te laat beslissen. Dat de beperkte termijnoverschrijding directe gevolgen heeft gehad voor de gezondheid en het welzijn van eiser is niet aannemelijk.
Noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid?5. Eiser voert aan dat hij vanwege zijn psychische aandoening constant toezicht nodig heeft, of in elk geval 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen, zoals zelfbeschadiging of acute crises. Zonder continue nabijheid van zorg loopt eiser een aanzienlijk risico op escalatie van zijn klachten. Dit blijkt uit de verklaringen van de betrokken specialisten. De klachten van eiser zijn chronisch, permanent en onomkeerbaar. Er is bij eiser sprake van concrete belemmeringen. Zo kan hij zich niet zelfstandig verzorgen, heeft hij zware regieproblemen, kan hij niet om hulp roepen en heeft hij intensieve begeleiding bij voeding en medicatie nodig. Ook heeft hij mobiliteitsproblemen, met als gevolg valgevaar en sociale isolatie. Er bestaat een risico op steeds verdergaande verwaarlozing. Hierdoor ontstaat er een reëel risico op ernstig nadeel, zoals verdere verslechtering van zijn gezondheid en welzijn.
5.1.
De rechtbank stelt voorop dat de te beoordelen periode in dit geval loopt van
24 mei 2024 (datum aanvraag) tot en met 4 februari 2025 (datum bestreden besluit).
5.2.
Om in aanmerking te kunnen komen voor Wlz-zorg moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Samengevat komt het erop neer dat iemand in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als:
- er een grondslag is; en
- er permanent toezicht nodig is ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel of
- 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en
- deze zorgbehoefte blijvend is.
5.3.
Partijen zijn het er over eens dat bij eiser sprake is van de grondslagen psychiatrische- en somatische aandoening. De vraag die voor ligt bij eiser, is of hij zelf niet in staat is om op relevante hulpmomenten hulp in te roepen, zodat er sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid om een ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen.
5.4.
Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser toegelicht dat vanwege recente ontwikkelingen het zwaartepunt van de klachten van eiser voorkomt uit zijn somatische problemen. Door deze chronische somatische klachten worden de psychische problemen van eiser nog meer versterkt.
5.5.
Het bestreden besluit berust op het medisch advies van 24 december 2024. Het advies van de medisch adviseur is een deskundigenadvies waar het CIZ bij zijn besluitvorming op mag afgaan, mits is gebleken dat dit advies volledig is en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het ligt vervolgens op de weg van eiser om medische stukken over te leggen die aan de juistheid van dat medisch advies doen twijfelen. Hiertoe heeft eiser in bezwaar een brief van zijn psychiater overgelegd.
5.6.
De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat het medisch advies waarop het bestreden besluit is gebaseerd niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. De medisch adviseur heeft dossieronderzoek verricht en heeft op 28 november 2024 nadere informatie opgevraagd bij [naam 2], de psychiater van eiser. De medisch adviseur heeft de antwoorden op de vragen die aan [naam 2] zijn gesteld bestudeerd en bij de beoordeling betrokken. Op grond hiervan is voldoende relevante informatie verzameld om een duidelijk beeld te kunnen vormen. De medisch adviseur heeft vervolgens haar bevindingen op een heldere, inzichtelijke wijze uiteengezet.
5.7.
Uit het medisch advies blijkt dat in de te beoordelen periode een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid bij eiser niet is vast komen te staan. De medisch adviseur signaleert dat op somatisch gebied behandeladviezen zijn gegeven door de longarts en reumatoloog, die ervoor kunnen zorgen dat de klachten van eiser worden verminderd. Zodoende zou zijn functioneren kunnen verbeteren. Een afname van de zorgbehoefte is hierdoor niet uitgesloten. Dit kan ook een positief effect hebben op het psychisch functioneren van eiser. Eiser ervaart beperkingen in zijn energie en mobiliteit, maar hij is in staat om zich over korte afstanden te verplaatsen. Beperkingen voortkomend uit de grondslag somatiek leiden daarom niet tot een zorgbehoefte vanuit de Wlz. Met planbare zorg kan de zorgbehoefte van eiser adequaat worden gecompenseerd. De actuele zorgbehoefte voortkomend uit de grondslag psychische stoornis is ook als planbaar te beschouwen. Eiser wordt in staat geacht op relevante momenten zorg in te roepen of deze zorg af te wachten. Er zijn namelijk geen aanwijzingen voor ernstige geobjectiveerde regieproblemen of ernstige geobjectiveerde cognitieve beperkingen. Er is duidelijk behoefte aan regelmatige en structurele ondersteuning in het dagelijks functioneren, maar deze zorgbehoefte kan worden gecompenseerd met planbare zorg, mits dit voldoende gestructureerd beschikbaar is.
5.8.
De rechtbank heeft kennis genomen van de diverse brieven van de psychiater
[naam 2] van [zorginstantie], waaronder de brief van 10 november 2024 waarin hij antwoord geeft op de door de medisch adviseur van het CIZ gestelde vragen. Deze arts stelt dat eiser kampt met een complexe combinatie van somatische aandoeningen. Daarnaast ervaart hij frequent episodes van cognitieve overbelasting door zijn depressieve stoornis en angsten. Gezien het chronische karakter van de klachten acht de psychiater verdere intensieve behandeling niet doelmatig, als gevolg waarvan eiser wel in aanmerking zou moeten komen voor Wlz-zorg. De rechtbank ziet hierin echter onvoldoende aanknopingspunten om aan de juistheid van de adviezen van de medisch adviseur te twijfelen. In die adviezen is namelijk uitvoerig weergegeven hoe de woon- en leefsituatie van eiser is, en welke zorg hij nodig heeft. Dat de zorgbehoefte van eiser groot is en dat hij veel hulp nodig heeft bij allerhande dagelijkse levensverrichtingen is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht. De dagelijkse zorgbehoefte zoals die door de medisch adviseur is beschreven betreft namelijk bij uitstek planbare zorg. Voor zover eiser aanvoert dat er sprake is van concrete belemmeringen waardoor er een reëel risico op ernstig nadeel bestaat omdat er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, is dit niet gebaseerd op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat, of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. Wat betreft de mobiliteitsproblemen stelt het CIZ dat begeleiding kan worden geleverd vanuit de Wmo. Ook het mogelijke valgevaar waar eiser naar wijst, is geen reden om het bestaan van ernstig nadeel aan te nemen. Het CIZ heeft terecht gewezen op het gebruik van hulpmiddelen bij het gestelde valgevaar. In de brieven van de psychiater is onvoldoende onderbouwd waarom eiser niet in staat zou zijn om op momenten waarop hij toch onverwacht hulp nodig heeft, deze hulp – bijvoorbeeld door gebruik te maken van persoonsalarmering – in te roepen en af te wachten. Het CIZ heeft daarnaast terecht gesteld dat het de taak van de medisch adviseur is om de informatie van de behandelaren van eiser te vertalen naar in termen van de Wlz. Op grond van de richtlijn van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) mogen specialisten/behandelaren zich niet uitlaten over toegang tot de Wlz [1] . Dat de psychiater meent dat er bij eiser een noodzaak bestaat voor permanent toezicht hoeft het CIZ dus niet te volgen, nu het CIZ voldoende gemotiveerd tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een noodzaak tot acute medische interventie.
6. Met het vorenstaande is niet gezegd dat de rechtbank zich niet bewust is van de ernstige medische klachten van eiser. Alleen kan de rechtbank niet voorbijgaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor een Wlz-indicatie. Die eisen zijn nu eenmaal zeer streng. Het CIZ heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser, ondanks zijn beperkingen en de daaruit voortvloeiende zorgbehoefte, niet aan die strenge eisen voldoet. Mocht de situatie van eiser in de toekomst verslechteren dan kan hij een nieuwe aanvraag indienen met de op dat moment actuele medische informatie.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van
mr.F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit blijkt uit de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2023:1517.