ECLI:NL:RBDHA:2025:2426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling WIA-uitkering
Eiser verzocht op 16 februari 2024 om herbeoordeling van de WIA-uitkering van zijn werkneemster. Verweerder, het UWV, heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, ondanks ingebrekestelling. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is vanwege het uitblijven van een besluit binnen de wettelijke termijn.
Verweerder heeft op 23 juli 2024 een dwangsombeslissing genomen waarbij een dwangsom van € 1.442,- aan eiser is toegekend. Tijdens de zitting gaven partijen aan dat verweerder prioriteit geeft aan andere beoordelingen, maar eiser stelt dat dit een productiviteitsprobleem is en dat werkgevers hierdoor financieel worden benadeeld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee maanden na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.