ECLI:NL:RBDHA:2025:24269

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
AWB 25-18267
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak behandelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 27 augustus 2025. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Eiser is bij brief van 20 september 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht van €194 binnen vier weken te betalen of een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Na het uitblijven van betaling is op 20 oktober 2025 een herinnering verstuurd met een nieuwe termijn van vier weken. Ondanks deze mogelijkheden heeft eiser het griffierecht niet voldaan.

De rechtbank stelt vast dat het niet betalen van het griffierecht aan eiser kan worden toegerekend en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/18267

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 27 augustus 2025.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een beroepschrift griffierecht geheven. Voor eiser is het griffierecht vastgesteld op € 194.
2. Bij brief van 20 september 2025 is eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen, dan wel binnen die termijn een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Daarbij is hij tevens gewezen op de mogelijkheid dat zijn beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden
3. Bij aangetekende brief van 20 oktober 2025 is aan eiser een herinnering tot betaling van het griffierecht verstuurd. Hiermee is eiser opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken het griffierecht te betalen.
4. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het is de rechtbank niet gebleken dat dit niet aan eiser is toe te rekenen.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.