Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 22 augustus 2024. De rechtbank beoordeelt het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
Verweerder heeft onderzocht of Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Op 2 oktober 2024 is een terug-/overnameverzoek ingediend bij Duitsland, dat op 8 oktober 2024 werd aanvaard. Hierdoor was Nederland tot 8 april 2025 niet verantwoordelijk. Vanaf 9 april 2025 is Nederland verantwoordelijk geworden, waarna de zesmaands beslistermijn aanvangt.
De beslistermijn eindigt op 9 oktober 2025, wat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de termijn nog niet was verstreken. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.