Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:24295

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
NL25.6058
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1F VluchtelingenverdragArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid samenhangend beroep in asielzaak met afwijzing voorlopige voorziening

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Tevens is een signaleringsbesluit voor tien jaar opgelegd.

De voorzieningenrechter heeft het samenhangende beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer relevant is. De beslissing is genomen zonder zitting en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk, waarmee de beslissing definitief is geworden.

Uitkomst: Het samenhangende beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.6058
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. M.H.S. Volker).

Procesverloop

Met het besluit van 3 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege de toepasselijkheid van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Ook is een besluit tot signalering voor de duur van tien jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer: NL25.6057). Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.1

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank beslist op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
1 Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
zaaknummer: NL25.6058
2
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.