9.De vorderingen van de benadeelde partijen
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
- [benadeelde 1], van een bedrag van € 820,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 2], tot een ongespecificeerd bedrag aan materiële en immateriële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 3], van een bedrag van € 620,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 4], van een bedrag van € 2.100,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 5], van een bedrag van € 850,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 6], van een bedrag van € 1.250,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 7], van een bedrag van € 2.745,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 8], van een bedrag van € 4.075,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 9], van een bedrag van € 730,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 10], tot een ongespecificeerd bedrag aan materiële en immateriële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- De nabestaanden van [benadeelde 11], van een bedrag van € 2.325,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 12], van een bedrag van € 750,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 13], van een bedrag van € 2.129,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 14], van een bedrag van € 380,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag, en € 150,- immateriële schade bestaande uit psychische klachten;
- [benadeelde 15], van een bedrag van € 900,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 16], van een bedrag van € 675,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 17], van een bedrag van € 1.862,23 ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 18], van een bedrag van € 1.236,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag, € 200 ter vergoeding van immateriële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 19], van een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 20], van een bedrag van € 250,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag van € 250, ongespecificeerde reiskosten voor het bijwonen van de zitting(en) in eerste aanleg en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 21], van een bedrag van € 1.206,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [slachtoffer 20] , van een bedrag van € 1.150,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde 22], van een bedrag van € 4.984,30 ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag van € 4.934,30 en reiskosten voor het bijwonen van de zitting(en) in eerste aanleg van € 50, en € 844,08 ter vergoeding van immateriële schade en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [slachtoffer 25] , van een bedrag van € 2.080,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag van € 2.020,-, de kosten voor de aanschaf van een nieuw paspoort van € 60,- en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [slachtoffer 23] , van een bedrag van € 564,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [slachtoffer 22] , van een bedrag van € 2.458,- ter zake van materiële schade bestaande uit een geldbedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 8], [benadeelde 13], [benadeelde 15], [benadeelde 16], [benadeelde 12], [benadeelde 14], [benadeelde 17], [slachtoffer 20], [slachtoffer 22], [slachtoffer 23], [benadeelde 22], [slachtoffer 25] en [benadeelde 11] toewijsbaar zijn, voor zover deze vorderingen zien op de vergoeding van materiële schade die is geleden door de afboekingen van de rekeningen van de benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gevorderd tot hoofdelijke aansprakelijkheid met de medeverdachten. De benadeelde partijen moeten voor het overige aan materiële schade alsook voor de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.
De overige benadeelde partijen moeten volgens de officier van justitie ook niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de verzoeken tot schadevergoeding gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken verdenking
Aangezien de verdachte niet verdacht wordt van betrokkenheid van enig strafbaar feit jegens [benadeelde 1] en [benadeelde 2], zal de rechtbank deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen.
Niet-ontvankelijk wegens vrijspraak
De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 3], [benadeelde 4], [benadeelde 5], [benadeelde 6], [benadeelde 7], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 18], [benadeelde 19], [benadeelde 20] en [benadeelde 21] niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij de feiten waarop die vorderingen betrekking hebben.
Dit brengt mee dat deze benadeelde partijen moeten worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten op nihil.
Materiële schade
Naar het oordeel van de rechtbank is, voor zover het gaat om vorderingen tot vergoeding van de afgeschreven geldbedragen, aannemelijk dat de overige benadeelde partijen de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. Dat geldt evident voor de zaken waarin door de verdachte geld is gepind en/of betaald met bankrekeningen van slachtoffers.
De rechtbank is van oordeel dat ook de geldbedragen die zijn overgeschreven van de onder feit 3 genoemde slachtoffers, als directe schade ten gevolge van een door de verdachte gepleegd strafbaar feit zijn aan te merken, voor zover de rechtbank de betrokkenheid van de verdachte als ophaler van de met dat geld aangekochte goederen heeft bewezenverklaard. Immers, als de verdachte niet bereid zou zijn geweest zich aan de deur voor te doen als bonafide koper, onder een valse naam en hoedanigheid, zouden die geldbedragen ook niet zijn overgemaakt naar de nietsvermoedende verkoper. De afgifte van het goed aan de verdachte staat in een dusdanig rechtstreeks verband met de overgeschreven geldbedragen waarmee die goederen zijn betaald, dat de rechtbank zodanig concludeert.
Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 22] is ten laste gelegd dat de verdachte twee keer € 350,- heeft gestolen door dit geldbedrag te pinnen van de bankrekening van [benadeelde 22]. Er is op twee momenten gepind, namelijk van de gezamenlijke rekening van [benadeelde 22] en [slachtoffer 24] op 19 oktober 2018 in de BP [adres 5] te Amsterdam, tussen 01.11 uur en 01.14 uur (acht pintransacties voor in totaal € 2.484,50) en vervolgens van de privérekening van [benadeelde 22] op diezelfde locatie en dag tussen 03.06 uur en 03.16 uur (zeven pintransacties voor in totaal € 2.450,-). De verdachte is op de camerabeelden herkend als de pinner van beide momenten (vanaf 01.11 uur en vanaf 03.06 uur). De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat de verdachte de persoon is geweest die álle pintransacties heeft verricht, en dus niet slechts twee keer 350,- zoals ten laste gelegd. Het verzoek tot schadevergoeding zal dan ook worden toegewezen voor zover het de geleden materiële schade tot € 4.934,50 betreft. De verzochte reiskosten zullen worden afgewezen, nu deze kostenpost onvoldoende onderbouwd is.
Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 23] stelt de rechtbank vast dat uit de aangifte blijkt dat niet € 564.- zoals gevorderd, maar € 563,- schade is geleden. De rechtbank zal dat bedrag toewijzen en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Dit brengt de rechtbank tot toewijzing van de volgende bedragen aan de benadeelde partijen, telkens volledig bestaande uit materiële schade:
- [benadeelde 8], van een bedrag van € 1.000,-;
- De nabestaanden van [benadeelde 11], van een bedrag van € 1.675,-;
- [benadeelde 12], van een bedrag van € 750,-;
- [benadeelde 13], van een bedrag van € 1.775,-;
- [benadeelde 14], van een bedrag van € 380,-;
- [benadeelde 15], van een bedrag van € 900,-;
- [benadeelde 16], van een bedrag van € 675,-;
- [benadeelde 17], van een bedrag van € 910,-;
- [slachtoffer 20] , van een bedrag van € 1.150,-;
- [benadeelde 22], van een bedrag van € 4.934,30;
- [slachtoffer 25] , van een bedrag van € 2.020,-;
- [slachtoffer 23] , van een bedrag van € 563,-;
- [slachtoffer 22] , van een bedrag van € 2.458,-.
Voor zover de benadeelde partijen een hogere materiële schadevergoeding hebben gevorderd, worden zij daarin niet-ontvankelijk verklaard. Dat geldt ook voor eventueel gevorderde immateriële schade, omdat de door benadeelde partijen naar voren gebrachte omstandigheden en gevoelens niet zonder meer een grondslag opleveren voor immateriële schadevergoeding.
Nu de vorderingen van de materiële schade (deels) worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die die benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.
Wettelijke rente
Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal zij daarbij tevens de vorderingen tot betaling van de wettelijke rente toewijzen. De aanvangsdatum van de wettelijke rente zal worden bepaald op 17 december 2025 (de datum van het wijzen van het vonnis), aangezien de redelijke termijn aanzienlijk is overschreden terwijl dit niet is te wijten aan de verdachte.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Los van de hoofdelijke aansprakelijkheid die de rechtbank in deze procedure vaststelt, geldt het volgende. De mogelijkheid bestaat dat een (andere) derde een schadebedrag vergoedt (zoals een bank in het kader van schadevergoeding, of een andere verdachte die op een ander moment is veroordeeld). Voor alle vorderingen in alle zaaksdossiers geldt dat, als een derde een vergoeding aan de benadeelde partij heeft betaald voor schade die in deze procedure is gevorderd, het reeds vergoede deel niet meer aan de benadeelde partij hoeft worden betaald.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor de bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partijen, voor zover zijn betrokkenheid door de rechtbank is bewezenverklaard, aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan hen is toegebracht. De rechtbank zal daarom aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat de ten aanzien van de verzoeken tot schadevergoeding toegewezen bedragen, telkens te betalen ten behoeve van de benadeelde partij aan wie dat bedrag is toegewezen, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente.
Bij het bepalen van het aantal dagen gijzeling in geval van niet-betaling, zal de rechtbank uitgaan van een maximum van 131 dagen (gebaseerd op een totaalbedrag van € 19.290,30). De rechtbank zal per vordering het aantal dagen gijzeling vast stellen naar rato van de hoogte van elke vordering.