ECLI:NL:RBDHA:2025:24305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit, zwaar inreisverbod en signalering afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit, een zwaar inreisverbod van tien jaar en een besluit tot signalering die op 23 juli 2025 tegen hem zijn opgelegd. Hij betwistte onder meer zijn verblijfsrecht in Frankrijk, de motivering van het besluit en deed een beroep op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij rechtmatig verblijf heeft in Frankrijk. Navraag bij Franse autoriteiten wees uit dat hij sinds januari 2024 geen rechtmatig verblijf heeft en er een uitzettingsbevel tegen hem is. Ook zijn stellingen over werk in Nederland en problemen met de tolk zijn niet concreet gemaakt.
De minister heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd dat er sprake is van een actuele en ernstige bedreiging van fundamentele maatschappelijke belangen, mede gelet op het gepleegde misdrijf en het ontbreken van aanwijzingen voor gedragsverbetering. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat eiser zijn banden met Nederland onvoldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de signalering terecht zijn opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit, het zwaar inreisverbod en het besluit tot signalering wordt ongegrond verklaard.