De heer [naam 1] verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €106.836,81 verdeeld over acht schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers hiermee instemden, verzocht hij de rechtbank om het akkoord dwingend op te leggen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het voorstel een nulaanbod betreft met een uitkering van respectievelijk 2,79% aan schuldeisers met voorrang en 1,39% aan gewone schuldeisers. Verweerders, die samen 66,26% van de totale schuld vertegenwoordigen, stemden niet in omdat het voorstel niet het maximaal haalbare is en de heer [naam 1] naar hun mening meer zou kunnen werken om hogere inkomsten te genereren.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord alleen kan worden toegewezen indien de schuldbemiddeling correct is uitgevoerd en het onredelijk is dat schuldeisers weigeren in te stemmen. Hoewel de schuldbemiddeling door de gemeente Den Haag deskundig is uitgevoerd, is het voorstel niet het maximaal haalbare. De heer [naam 1] heeft zich onvoldoende ingespannen door niet aanvullend te solliciteren of te werken. Daarom is het niet onredelijk dat verweerders weigeren in te stemmen. Het verzoek wordt afgewezen. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt in een apart vonnis behandeld.