ECLI:NL:RBDHA:2025:24310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Pakistaanse eiser wegens ongeloofwaardige identiteit en bekering
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag wordt het beroep van een Pakistaanse eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag behandeld. Eiser, die op 31 augustus 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indiende, kreeg op 15 september 2025 te horen dat zijn aanvraag als kennelijk ongegrond was afgewezen. De rechtbank beoordeelt zowel het beroep als het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser stelt dat hij problemen ondervindt door zijn bekering van de soennitische naar de sjiitische islam, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder de identiteit en de bekering van eiser niet geloofwaardig heeft kunnen achten. De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om zijn identiteit te onderbouwen en dat zijn verklaringen over zijn bekering niet samenhangend zijn. De rechtbank wijst het beroep van eiser af, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.