3.1.Verweerder vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Echter vindt verweerder dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging omdat de asielmotieven geen raakvlakken hebben met één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Ook heeft eiser volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade looptbij terugkeer naar de DRC. Verweerder vindt dat er geen sprake is van dusdanige beperking van zijn bestaansmogelijkheden dat het onmogelijk was voor eiser om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst verzoekt hij om dat wat hij in de zienswijze naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer, anders dan verweerder stelt, wel een gegronde vrees heeft voor vervolging en een reëel risico loopt op ernstige schade. Sinds zijn jeugd wordt hij beschouwd als een heks, waardoor hij is verstoten, bedreigd en zonder bescherming is gebleven. De autoriteiten kunnen of willen geen bescherming bieden. Het geloof in hekserij is namelijk diepgeworteld in de samenleving, ook onder de autoriteiten. Volgens eiser moet de beschuldiging van hekserij worden gezien als het hebben van een afwijkende geloofsovertuiging. Daarnaast vreest eiser bij terugkeer extra risico vanwege zijn verwesterde achtergrond. Ook wijst hij op zijn psychische kwetsbaarheid en het risico op psychische decompensatie en suïcide bij uitzetting, zodat terugkeer in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Ter onderbouwing van zijn psychische gesteldheid heeft eiser voorafgaand aan de zitting zijn recente doorverwijzing naar de GGZ en zijn GZA-dossier toegevoegd. Ter zitting heeft eiser primair verzocht om de zaak aan te houden in afwachting van zijn verdere medische behandeling, zodat de informatie van de behandelaar kan worden betrokken. Verder stelt eiser dat hij in Nederland privélevenheeft opgebouwd. Tot slot is de algemene veiligheidssituatie in de DRC inmiddels verder verslechterd, waardoor het risico op ernstige schade bij terugkeer is toegenomen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser primair verzocht om aanhouding in afwachting van het rapport van een medisch behandelaar. Op 5 november 2025 heeft de rechtbank het verzoek om aanhouding afgewezen omdat uit de door eiser overgelegde stukken van 28 oktober 2025 en eisers toelichting ter zitting blijkt dat er nog geen medische behandeling is gestart en er ook geen duidelijkheid is over of en wanneer eiser met een dergelijke behandeling zou starten.
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
7. De rechtbank overweegt allereerst dat door het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser in de zienswijze naar voren heeft gebracht, zij niet kan afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Het enkel verwijzen naar argumenten in de zienswijze kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.
8. De rechtbank overweegt verder dat de beroepsgronden van eiser grotendeels overeenkomen met dat wat hij reeds in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Verweerder is in het bestreden besluit op die punten ingegaan. In beroep heeft eiser geen nieuwe of nadere feiten, omstandigheden of stukken aangedragen die naar het oordeel van de rechtbank aanleiding geven voor een ander oordeel. De rechtbank overweegt daarbij als volgt.
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar de DRC geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade.
Problemen vanwege beschuldigingen van hekserij