3.1.Verweerder vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Dat eiser problemen heeft met de Taliban vanwege zijn werkzaamheden bij de Amerikaanse troepenmacht vindt verweerder ook niet geloofwaardig. Eiser heeft volgens verweerder onvoldoende documenten overgelegd die zijn identiteit en zijn gestelde problemen onderbouwen en hij heeft daar geen goede verklaring voor.Ook vormen de verklaringen van eiser over zijn identiteit en de problemen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel.Ten aanzien van het eerste asielmotief vindt verweerder dat eiser niet in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd omdat hij een alias heeft opgegeven.Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij voor wat betreft het geloofwaardig geachte asielmotief een vrees voor vervolging heeftof een reëel risico op ernstige schade looptbij terugkeer naar Afghanistan. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser verweerder heeft misleid over zijn identiteit. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst verzoekt hij om dat wat hij in de zienswijze naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Eiser voert aan dat verweerder niet had mogen tegenwerpen dat zijn verklaringen over zijn identiteit wisselend waren. Verweerder heeft in dat kader onvoldoende rekening gehouden met eisers referentiekader en heeft de verantwoordelijkheid voor een onjuiste registratie van zijn personalia onterecht volledig bij eiser gelegd. Ook heeft verweerder ten onrechte een negatieve conclusie getrokken ten aanzien van het overgelegde Certificate of Appreciation (hierna: certificaat). Nu er geen oordeel gegeven kan worden over de echtheid had verweerder een neutrale duiding moeten afgeven. Bovendien is het gezien de situatie in Afghanistan verklaarbaar dat eiser slechts een kopie van het certificaat heeft overgelegd. In het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling voert eiser aan dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De door verweerder geconstateerde tegenstrijdigheden zijn verklaarbaar vanwege eisers trauma, zijn analfabetisme en de culturele verschillen. Daarnaast stelt eiser dat verweerder onvoldoende gewicht heeft toegekend aan eisers jonge leeftijd, zijn beperkte opleiding en het feit dat eiser uiteenlopende klussen moest verrichten. Verder voert eiser aan dat hij bij terugkeer naar Afghanistan wel risico loopt op vervolging dan wel onmenselijke behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRMen artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn(hierna: artikel 15c van de Kri). Verweerder heeft in dit kader de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan onvoldoende meegewogen. Ten onrechte vindt verweerder eisers bedreigingen ongeloofwaardig. Daarnaast past de moord op eisers oom binnen het wraakpatroon van de Taliban en doet eisers tijdelijke terugkeer naar Afghanistan niet af aan het risico dat hij loopt bij terugkeer. Tot slot verzet eiser zich tegen de oplegging van het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar.
5. Ter zitting is de door de gemachtigde van eiser ingediende pleitnota toegelicht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. Gelet op de door eiser voorafgaand aan de zitting ingediende stukken en de daarop gegeven toelichting en verklaring van eiser zoals die blijken uit de aan het dossier toegevoegde aantekeningen van de zitting, is de rechtbank met eiser van oordeel dat een reactie van verweerder wenselijk is. Nu verweerder niet aanwezig was op de zitting om te reageren en ook geen verweerschrift heeft ingediend, is de rechtbank van oordeel dat het besluit onvoldoende deugdelijk gemotiveerd is. Daarom zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren. De rechtbank licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel komt.
Mocht verweerder eisers identiteit niet geloofwaardig vinden?
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eisers identiteit niet geloofwaardig is. Zo mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd die zijn identiteit onderbouwen en hij daar geen goede verklaring voor heeft. In dit licht heeft verweerder mogen vinden dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij inspanningen heeft verricht om aan identificerende documenten te komen. Eiser heeft voorafgaand aan de zitting, op 12 november 2025, weliswaar een vertaling van zijn tazkera overgelegd, maar dat neemt niet weg dat deze kopie niet op echtheid gecontroleerd kan worden, zodat hieraan niet de gewenste waarde kan worden gehecht. Bovendien heeft verweerder mogen betrekken dat uit openbare bronnen blijkt dat tazkera’s fraudegevoelig zouden zijn, wat betekent dat eiser hiermee zijn identiteit niet heeft onderbouwd. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij via officieuze wegen nog zou proberen zijn originele tazkera naar Nederland te laten overbrengen, maar eiser heeft niet concreet kunnen maken of en wanneer dat zou gebeuren. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser hiervoor sinds januari 2023 voldoende tijd heeft gehad.
8. Verweerder heeft verder aan eiser mogen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over zijn identiteit en in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser in Bulgarije geregistreerd staat als [naam] , geboren op [geboortedatum 2] 2002, en hij in Nederland de naam [eiser] en geboortedatum [geboortedatum 1] 2000 heeft opgegeven. Dat eiser stelt dat hij analfabeet is en afhankelijk was van derden bij de registratie, maakt dat niet anders. Verweerder heeft van eiser mogen verwachten dat hij, ondanks zijn gestelde analfabetisme, consistent over zijn persoonlijke gegevens kan verklaren. Het gaat immers om belangrijke registratie van basale algemene en persoonlijke gegevens bij officiële instanties. Verweerder heeft zich in redelijkheid dan ook op het standpunt mogen stellen dat de verantwoordelijkheid voor het correct opgegeven van persoonsgegevens bij eiser ligt. De rechtbank volgt het standpunt van eiser dan ook niet dat verweerder meer onderzoek had moeten doen naar de context waarin die gegevens zijn geregistreerd. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Mocht verweerder eisers problemen met de Taliban vanwege zijn werk niet geloofwaardig vinden?
9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiser gestelde problemen met de Taliban vanwege zijn werk bij de Amerikaanse troepenmacht niet geloofwaardig zijn. Ter onderbouwing van zijn relaas heeft eiser voorafgaand aan de zitting twee dreigbrieven, gedateerd op 1 november 2024 en 12 december 2024, overgelegd, als ook de vertaling daarvan. Eiser stelt dat deze afkomstig zijn van de Taliban en ze onderbouwen volgens hem zijn betoog dat hij door hen gezocht en bedreigd wordt. Eiser heeft verklaard dat hij deze brieven via een vriend van zijn broer, die naar Londen was gereisd, heeft ontvangen. Nu eiser deze documenten heeft ingebracht ter onderbouwing van zijn relaas en verweerder, door niet te verschijnen ter zitting, hier geen reactie op heeft gegeven en geen standpunt heeft ingenomen over de authenticiteit daarvan, heeft verweerder, gelet op de aanvullende stukken, onvoldoende gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk zou hebben gemaakt dat hij wordt bedreigd en gezocht door de Taliban.
10. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. De beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers problemen werkt door in de beoordeling van de risico’s bij terugkeer. Gelet op deze samenhang zal de rechtbank de overige beroepsgronden op dit moment niet bespreken. De rechtbank zal verweerder opdragen een nieuw besluit te nemen. Verweerder moet daarbij de door eiser overgelegde stukken en de nadere toelichting daarover kenbaar betrekken.