ECLI:NL:RBDHA:2025:24343

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
NL25.18554
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag

Verzoeker heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 22 april 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zaaknummer NL25.18553. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de niet-ontvankelijkverklaring tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 12 december 2025 behandeld in een zitting te Groningen, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigden van beide partijen en een tolk aanwezig waren. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank op 18 december 2025 uitspraak gedaan.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de minister bevestigd. Omdat het beroep ongegrond is, is een voorlopige voorziening niet nodig en wordt het verzoek daartoe afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18554

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M. Weerman).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 22 april 2025 heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL25.18553) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.