ECLI:NL:RBDHA:2025:24356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding na naheffingsaanslag omzetbelasting
Eiseres heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024 ontvangen, inclusief boetes voor niet betalen en het niet tijdig doen van aangifte. Na bezwaar heeft verweerder de aanslag en boetes verminderd naar nihil, maar het verzoek om een proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Eiseres stelde dat de herroeping van het besluit te wijten was aan een onrechtmatigheid van verweerder, waardoor recht zou bestaan op vergoeding van de kosten in de bezwaarfase. Verweerder stelde dat de vermindering voortkwam uit de alsnog ingediende aangifte en coulance, en dat er geen sprake was van onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat de herroeping niet te wijten was aan een onrechtmatigheid van verweerder, maar aan de late indiening van de aangifte door eiseres. De coulanceregeling was een discretionaire bevoegdheid van verweerder en rechtvaardigde geen proceskostenvergoeding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.